From 4428baa35cde49af93316bc2d0a4d839995fd4c6 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: WimMertens Date: Wed, 13 Aug 2025 22:58:20 +0200 Subject: [PATCH 1/6] Eerste versie 10_broedvogels_data/Tmd --- .../10_broedvogels_analyse.Rmd | 241 +++++++++ .../110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd | 247 +++++++++ .../110_broedvogels.Rmd | 477 ++++++++++++++++++ 3 files changed, 965 insertions(+) create mode 100644 moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd create mode 100644 moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd create mode 100644 moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd new file mode 100644 index 0000000..1951b73 --- /dev/null +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd @@ -0,0 +1,241 @@ +--- +params: + hoofdstuk: "110_broedvogels" +knit: (function(inputFile, encoding) { + rmarkdown::render(inputFile, + encoding=encoding, + output_dir = paste0( + rmarkdown::yaml_front_matter(inputFile)$params$hoofdstuk, "/output"))}) + +title: "MONEOS analyse - broedvogels" +output: html_document +editor_options: + chunk_output_type: console +--- + + +```{r setup, include=FALSE} + +knitr::opts_chunk$set(echo = FALSE, error=FALSE, warning=FALSE, message=FALSE, cache=FALSE) + +``` + + +```{r libraries} + +library(tidyverse) +library(INBOtheme) +library(rprojroot) +library(lubridate) +library(kableExtra) +library(readxl) +library(tmap) +conflicted::conflicts_prefer(dplyr::filter) + +``` + + +```{r pad} + +# inlezen van variabelen +# pad naar data : pad_data +# pad naar tabellen : pad_tabellen +# pad naar figuren : pad_figuren + +source(find_root_file("../pad.R", criterion = is_rstudio_project)) + +pad_data <- maak_pad(params$hoofdstuk, "data") +pad_figuren <- maak_pad(params$hoofdstuk, "figuren") +pad_tabellen <- maak_pad(params$hoofdstuk, "tabellen") + +``` + + +```{r data} +Soorten <- read_xlsx(path = str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx"), + sheet = "Soorten") +Terr_Sigma_BB <- + read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_BB.csv")) +Terr_Sigma_AB <- + read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) +Terr_Sigma_AB_tot <- + read_csv(str_c("C:/R/Projects/Broedvogels/data-output/Terr_Sigma_AB_tot.csv")) +``` + + +# beschrijving van de data Terr_Sigma_BB + + - Per waarneming zijn er `r ncol(Terr_Sigma_BB)` informatievelden + - In totaal bevat de dataset in 2022 `r nrow(Terr_Sigma_BB)` waarnemingen + - De dataset bevat waarnemingen van `r length(unique(Terr_Sigma_BB$Soort))` soorten. + - De dataset bevat waarnemingen van `r length(unique(Terr_Sigma_BB$Jaar))` jaren (1995 tot en met 2021). + + + + + +# Figuur bijzondere soorten + +```{r 110-plot-zeldzame-soorten, fig.height=8, fig.width=6, out.width="100%", fig.cap = cap_zeldzame_soorten} +cap_zeldzame_soorten <- + "Evoluties in de broedvogelaantallen voor een selectie van soorten waarvoor de data-inzameling representatief is binnen IHD-gebied. Loess-smoother weergegeven. Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." + +Terr_Sigma_BB %>% + filter(Soort != "Purperreiger") %>% + ggplot() + + geom_point(aes(x = Jaar, y = Aantal))+ + geom_smooth(aes(x = Jaar, y = Aantal), span = 0.6)+ + geom_hline(aes(yintercept = Doel), size = 0.75, colour = "red") + + ylim(0, NA_integer_) + + facet_wrap (~Soort, scales = "free", ncol=3) + + labs(y = "Aantal territoria") + + theme( + strip.text = element_text(size = 9), + axis.title = element_text(size = 9), + axis.title.x = element_blank(), + axis.text = element_text(size = 7)) + +ggsave(filename = str_c(pad_figuren, "110_fig3.jpg"), height=8, width=6) +``` +
+
+ +# Figuur Algemene soorten + +```{r 110-plot-algemene-soorten, fig.height=5, fig.width=6, out.width="100%", fig.cap = cap_algemene_soorten} + +cap_algemene_soorten <- + "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (BD (Blokkersdijk), K (Ketenisse), Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (= Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." + +Terr_Sigma_AB %>% + ggplot() + + geom_bar(aes(Jaar, weight = Aantal, fill = TypeGebied))+ + geom_hline(aes(yintercept = Doel), size = 1, color = "red")+ + facet_wrap (~Soort, scales = "free", ncol=2)+ + scale_y_continuous(limits = c(0, NA))+ + scale_x_continuous(breaks = c(2005,2010,2015, 2020)) + + labs(y = "Aantal territoria") + + scale_fill_discrete(labels=c("Blokkersdijk", "Ketenisse", "Sigma", + "Sigma_Noordelijk gebied")) + + theme( + strip.text = element_text(size = 12), + axis.title = element_text(size = 11), + axis.title.x = element_blank(), + axis.text = element_text(size = 9), + legend.title = element_blank(), + legend.position = "bottom" + ) + +ggsave(filename = str_c(pad_figuren, "110_fig4.jpg"), height=8, width=7) + +``` + + +```{r 110-plot-algemene-soorten-tot, fig.height=5, fig.width=6, out.width="100%", fig.cap = cap_algemene_soorten} + +cap_algemene_soorten <- + "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (BD (Blokkersdijk), K (Ketenisse), Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (= Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)) tot en met 2020 en voor alle getelde gebieden sinds 2021. Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." + +Terr_Sigma_AB_tot %>% + ggplot() + + geom_bar(aes(Jaar, weight = Aantal, fill = TypeGebied))+ + geom_hline(aes(yintercept = Doel), size = 1, color = "red")+ + facet_wrap (~Soort, scales = "free", ncol=2)+ + scale_y_continuous(limits = c(0, NA))+ + scale_x_continuous(breaks = c(2005,2010,2015, 2020)) + + labs(y = "Aantal territoria") + + scale_fill_discrete(labels=c("Blokkersdijk", "Ketenisse", "Sigma", + "Sigma_Noordelijk gebied")) + + theme( + strip.text = element_text(size = 12), + axis.title = element_text(size = 11), + axis.title.x = element_blank(), + axis.text = element_text(size = 9), + legend.title = element_blank(), + legend.position = "bottom" + ) +``` + +```{r soortgrafiek per Typegebied, include = FALSE} +Terr_Sigma_AB %>% + filter(Soort == "Scholekster") %>% + group_by(Soort, TypeGebied, Jaar) %>% + summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") %>% + ggplot() + + geom_point(aes(x = Jaar, y = Aantal, color = TypeGebied))+ + geom_line(aes(x = Jaar, y = Aantal, color = TypeGebied)) + + scale_y_continuous(limits = c(0, NA))+ + scale_x_continuous(breaks = c(2005,2010,2015, 2020)) + + labs(y = "Aantal territoria") + + theme( + strip.text = element_text(size = 12), + axis.title = element_text(size = 11), + axis.title.x = element_blank(), + axis.text = element_text(size = 9), + legend.title = element_blank(), + legend.position = "bottom" + ) +``` + +```{r totale aantammen per soort, include=FALSE} +Terr_Sigma_AB %>% + filter(Soort == "Scholekster") %>% + group_by(Soort, Jaar) %>% + summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") +``` + + + +# Broedlocaties per soort + +Voor het schrijven van het hoofdstuk kan het handig zijn een jaarlijks overzicht van broedlocaties van de soorten handig zijn. + +```{r nested data 202122} +data23 <- readxl::read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx"), + range = "A1:G500") %>% + filter(!is.na(Soort)) +# we nest data to make a table for each species-year by using a for loop +# the result is a dataframe with columns Soort(chr), Jaar (num) en data(list). Eacht list item in data contains a dataframe with Gebied, minimum and maximum. +data_nested <- + data23 %>% + arrange(Soort, Jaar) %>% + nest(data = c(Gebied, minimum, maximum), .by = c(Soort, Jaar)) +# data_nested$data[1] +# data_nested$data[data_nested$Soort == "Lepelaar"] +# data_nested$data[data_nested$Soort == "Lepelaar" & data_nested$Jaar == 2021] %>% +# kable() %>% +# kable_paper() + +``` + +```{r broedlocaties, results='asis'} +# The nested data are used in a for loop to produce seperate table in de output html file, notice the use of results='asis' in the header! (without that kable does not work in a for loop) +for(x in unique(data_nested$Soort)){ + a <- data_nested %>% filter(Soort == x) + for(y in a$Jaar){ + cap <- str_c(a$Soort[1], y, sep = " - ") + b <- + a %>% filter(Jaar == y) %>% pull(data) %>% + kable(caption = cap, align = "lcc") + print(b) + cat("\n") + } +} +``` + + +```{r broedlocaties2, results='asis'} +for(x in unique(data_nested$Soort)){ + a <- data_nested %>% filter(Soort == x) %>% unnest %>% + pivot_wider(id_cols = Gebied, names_from = Jaar, values_from = maximum) %>% + kable(caption = x, align = "lcc") + print(a) + cat("\n") +} + +``` +
+
+ + + diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd new file mode 100644 index 0000000..3cc2ce9 --- /dev/null +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd @@ -0,0 +1,247 @@ +--- +params: + hoofdstuk: "110_broedvogels" +knit: (function(inputFile, encoding) { + rmarkdown::render(inputFile, + encoding=encoding, + output_dir = paste0(rmarkdown::yaml_front_matter(inputFile)$params$hoofdstuk, "/output"))}) +title: "MONEOS broedvogel data" +# date: '2024-09-05' +date: '`r Sys.Date()`' +output: + bookdown::html_document2: + df_print: paged + toc: yes + toc_float: yes + toc_depth: 2 + number_sections: yes + language: + label: + fig: 'Figuur ' + tab: 'Tabel ' +editor_options: + chunk_output_type: console +--- + + +```{r setup, include=FALSE} + +knitr::opts_chunk$set(echo = TRUE, error=FALSE, warning=FALSE, message=FALSE, cache=FALSE) + +``` + + +```{r libraries} + +library(tidyverse) +library(rprojroot) +library(readxl) +library(lubridate) +library(sf) +library(kableExtra) +conflicted::conflicts_prefer(dplyr::filter) +``` + + +```{r pad} + +# inlezen van variabelen +# pad naar data : pad_data +# pad naar tabellen : pad_tabellen +# pad naar figuren : pad_figuren + +source(find_root_file("../pad.R", criterion = is_rstudio_project)) + +pad_data <- maak_pad(params$hoofdstuk, "data") +pad_figuren <- maak_pad(params$hoofdstuk, "figuren") +pad_tabellen <- maak_pad(params$hoofdstuk, "tabellen") + +``` + + +```{r read-data} +# # oude dataset met totalen voor het Sigmagebied +# Terr_Sigma_95_21 <- read_csv(str_c(pad_data, "dataSigma_sel2_2022.csv"), na = c("na")) %>% +# select(-c(Doel, Biotoop, Voedsel)) %>% +# pivot_longer(!Soort, names_to = "Jaar", values_to = "Aantal") %>% +# mutate(Jaar = as.integer(Jaar)) +# +# # nieuwe dataset met aantallen per gebied +# # er staan twe tabellen: Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx en Data_nieuwe_vorm_2024_v2.xlsx. +# data2123 <- +# read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx"), range = "A1:G500") %>% +# filter(!is.na(Soort)) +# data2123_v2 <- +# read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024_v2.xlsx"), +# sheet = "Data") %>% +# filter(!is.na(Soort)) +# data2123 %>% +# group_by(Jaar) %>% +# summarise(n_records = n(), n_birdsmin = sum(minimum), +# nbirds_max = sum(maximum)) +# data2123_v2 %>% +# group_by(Jaar) %>% +# summarise(n_records = n(), n_birdsmin = sum(minimum), +# nbirds_max = sum(maximum)) +# # v2 is aangevuld maar nog niet volledig +# data2123 %>% +# count(Gebied) +# +# # tabel met data van 2021 tot 2023 die we zullen gebruiken +data <- + read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), sheet = "Data") + +data %>% + filter(if_any(.cols = c(1:3), .fns = is.na) ) + +soort <- + read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), + sheet = "Soorten")[c(1,2, 4:7)] +bb <- + soort %>% + filter(BB == 1) %>% + pull(Soort) +ab <- + soort %>% + filter(AB == 1) %>% + pull(Soort) + +gebied <- + read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), + sheet = "Gebieden")[c(1:5)] +gebieden_ab <- + read_csv(str_c(pad_data, "gebieden_AB.csv")) + +(Terr_Sigma <- + data %>% + left_join(soort[c(1, 6, 3, 2)], by = c("Soort"))) +``` + +# Omzetting broedvogeldata bestand in longfile. + +Ondertussen is de long file met de broedvogeldata volledig aangevuld. +Bij de omzetting zijn heel wat verbeteringen uitgevoerd en veel data aangevuld. Historische data van het Bijzonder Broedvogelproject en de Broedvogelatlas 2000-2002 werden gecontroleerd o.a met behulp van gbif-data), waar nodig verbeterd en indien mogelijk verbeterd. Daarnaast werd voor de bijzondere broedvogels de data in waarnemingen.be grondig geanalyseerd en met behulp van de [criteria van de SOVON-telrichtlijnen](https://stats.sovon.nl/stats/soorten), in de eerste plaats de datumgrenzen, werd een inschatting gemaakt van het de aanwezigheid van territoria en het aantal territoria. Hierbij werd tevens rekening gehouden met het aantal verwachte waarnemingen in een gebied. In een frequent geteld gebied zijn meer en vooral ook latere waarnemingen nodig om tot een territorium te besluiten dan in een sporadisch bezocht gebied. + +Hierdoor is de volledigheid van de data voor de zeldzame soorten sterk verhoogd. Het aantal NA's in de dataset is aanzienlijk verminderd, zeker in de periode na 2002 (Atlaspperiode) en voor de soorten baardman, bruine kiekendief, grote karekiet en zomertaling. Een summiere vergelijking tussen beide datasets wordt gemaakt in C:/R/Projects/Broedvogels/scripts/checkDataNieuweVorm2025v1.html. +
+ +```{r } +Terr_Sigma %>% + head(n = 10) %>% + kbl(caption = "Eerste 10 records van data") %>% + kable_styling(full_width = FALSE) + +``` +
+ + +# Berekening totalen + +*Aandachtspunt*: Vroeger werd steeds het hoogste aantal van elk gebied genomen voor de berekening van het totaal. In dit script wordt vanaf 2021 een sommatie gedaan van min en max en vervolgens hiervan het gemiddelde berekend. + + +```{r data_totaal} + +(Terr_tot <- + data %>% + summarise(.by = c(Jaar, Soort), Aantal = ceiling((sum(minimum) + sum(maximum))/2))) # aantal is het naar boven afgerond gemiddelde van min en max + +Terr_tot %>% + write_csv(str_c(pad_data, "Territoria_totalen_1995_2023.csv")) +``` + +# Bijzondere broedvogels +De dataset is verre van volledig voor de algemene soorten (niet elk gebied wordt elk jaar geteld). Voor de bijzondere broedvogels gaan we er van uit dat de gegevens (nagenoeg) volledig zijn. +We berekenen de totalen voor een set van 16 soorten. + +```{r} +(Terr_tot_BB <- + Terr_tot %>% + filter(Soort %in% bb) %>% + # complete(Soort, Jaar, fill = list(Aantal = 0))) # add zero's, this is wrong, should be na + complete(Soort, Jaar, fill = list(Aantal = NA_integer_)) %>% +# add species data (IHD, Biotoop, Voedselregime) + left_join(soort[c(1, 6, 3, 2)], by = c("Soort"))) +Terr_tot_BB %>% + write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_BB.csv")) +``` +
+ +# Algemene broedvogels + +```{r read data algemenesoorten} +(Terr_Sigma_AB <- + Terr_Sigma %>% + filter(Soort %in% ab) %>% + mutate(Aantal = ceiling((minimum + maximum)/2)) %>% + left_join(gebied, by = c("Gebied")) %>% + select(Soort, Gebied, Gebiedscode, TypeGebied, Doel, Jaar, Aantal) %>% + filter(Gebiedscode %in% gebieden_ab$Gebied)) # analyse gebeurt op selectie van goed getelde gebieden +``` + +```{r check data} +table(Terr_Sigma_AB$Gebied, Terr_Sigma_AB$Soort) +table(Terr_Sigma_AB$TypeGebied, Terr_Sigma_AB$Soort) +``` +
+ +Voor alle soorten is er data voor 20 jaren sinds 2005, nulwaarnemingen zijn aangevuld. + +```{r check data2} +table(Terr_Sigma_AB$Gebied, Terr_Sigma_AB$Jaar) +``` +
+ +Voor de onderzochte gebieden zijn er voor elk jaar aantallen van 5 soorten (nulwaarnemingen). +Voor alle soorten zijn er gegevens van 18 gebieden tot en met 2024. Noordelijk gebied is opgedeeld vanaf 2007. + +```{r save data} + +Terr_Sigma_AB %>% + write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) +``` + + + + + + + + + + + +```{r} +(Terr_Sigma_AB_2023_tot <- + data23 %>% + filter(Soort %in% c("Blauwborst", "Dodaars","Rietzanger","Scholekster", + "Slobeend", "Zomertaling")) %>% + filter(Gebied != "AN_RO_inclusief Kuifeend") %>% + group_by(Jaar, Soort, Gebied) %>% + summarise(minimum = sum(minimum), maximum = sum(maximum), + .groups = "drop") %>% + mutate(Aantal = ceiling(minimum + maximum)/2) %>% + select(-c(minimum, maximum))) + +# Add 2021, 2022 and 2023 +Terr_Sigma_AB_tot <- + Terr_Sigma_AB_2021 %>% + select(-c(TypeGebied, Doel)) %>% + pivot_longer(cols = !c(SOORT, Gebied), + names_to = "Jaar", + values_to = "Aantal") %>% + rename(Soort = SOORT) %>% + mutate(Jaar = as.numeric(Jaar)) %>% + bind_rows(Terr_Sigma_AB_2023_tot) %>% + complete(Soort, Gebied, Jaar, fill = list(Aantal = 0)) %>% + group_by(Soort, Gebied, Jaar) %>% + summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") %>% + left_join(Gebieden[,c(1,4)]) %>% # add TypeGebied + left_join(Soorten[,c(1,5)]) # add Doel +getwd() +Terr_Sigma_AB_tot %>% + write_csv("C:/R/Projects/Broedvogels/data-output/Terr_Sigma_AB_tot.csv") +``` + + + diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd new file mode 100644 index 0000000..88c8c6c --- /dev/null +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -0,0 +1,477 @@ +# --- +# output: html_document +# editor_options: +# chunk_output_type: inline +# --- +# + + +```{r 110-hoofdstuk, include=FALSE} + +hoofdstuk <- "110_broedvogels" + +``` + +```{r 110-setup, include=FALSE} + +knitr::opts_chunk$set(echo = FALSE, error=FALSE, warning=FALSE, message=FALSE, cache=FALSE) +knitr::opts_knit$set(eval.after = "fig.cap") + +``` + +```{r 110-libraries} + +library(tidyverse) +library(readxl) +library(kableExtra) +library(INBOtheme) +library(rprojroot) ## workaround pad + +``` + +```{r 110-pad} + +# inlezen van variabelen +# pad naar data : pad_data +# pad naar tabellen : pad_tabellen +# pad naar figuren : pad_figuren + +source(find_root_file("../pad.R", criterion = is_rstudio_project)) + +pad_data <- maak_pad(hoofdstuk, "data") +pad_figuren <- maak_pad(hoofdstuk, "figuren") +pad_tabellen <- maak_pad(hoofdstuk, "tabellen") + +``` + +```{r 110-meta_data} + +# meta_data <- +# read_delim(paste0(pad_data, "meta_data.csv"), +# delim = ";") +# +# for(i in 1:nrow(meta_data)){ +# ##first extract the object value +# tempobj=meta_data$waarde[i] +# ##now create a new variable with the original name of the list item +# eval(parse(text=paste(meta_data$naam[i],"= tempobj"))) +# } + +``` + +# Broedvogels + +Fichenummer: Fiche S-DS-V-006 -- Broedvogels (aangepaste versie 11/04/2013) + +**Wim Mertens**, **Gunther Van Ryckegem**, Geert Spanoghe, Kenny Hessel, De Regge Nico, Frederic Van Lierop, Koen Thibau + +## Inleiding + +De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor Instandhoudingsdoelstellingen gelden. + +## Materiaal en methode + +### Studiegebied + +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen et al. (2005). +Het omvat de NOP-zoneplus met uitzondering van de gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde, waarvoor aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen voor gelden, inclusief de compensatiegebieden (zie @\ref(fig:110-figuur1). +Dit gebied omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden. +De broedvogelaantallen in het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied) en in het vogelrichtlijngebied op de linker Scheldeoever (m.u.v. het Noordelijkgebied) worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005).\ + +```{r 110-figuur1, fig.cap=caption_figuur1, out.width="95%"} +caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten." +knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) +``` + + + + + + +### Dataverzameling + +De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); Vermeersch et al. (2004); Vermeersch et al. (2006); Vermeersch & Anselin (2009); Anselin (2010);Spanoghe et al. (2003); Gyselings et al. (2004); Spanoghe et al. (2006); Gyselings et al. (2007); Spanoghe et al. (2008); Van Ginhove et al. (2008), Gyselings et al. (2009); Spanoghe et al. (2010); (Gyselings et al., 2010); Gyselings et al. (2013); Weyn et al. (2013); Daniëls et al. (2013).\ +Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en --kaartlagen van het INBO. +Voor de periode 2010-2017 werden deze gegevens aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ +De data vóór 2000 zijn afkomstig uit BBV-verslagen 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006) en de Broedvogeldatabank.\ +De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvoegelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. +Voor enkele zeldzame soorten zijn per jaar de aantallen gekend. +Voor algemenere soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. +In de tabel werden ze ingevuld bij 2001. +De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006) en de Broedvogeldatabank.\ +De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009) en de Broedvogeldatabank.\ +De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010) en de Broedvogeldatabank. +Voor de deelgebieden Noordelijk gebied, Ketenisse, Rest AN-LO zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)".\ +De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland en het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2020). + Voor het overstromingsgebied Kruibeke -- Bazel -- Rupelmonde zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van de INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ +Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert.\ +Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". +INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. +Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineair interpolatie.\ +Gegevens over het aantal gruttoterritoria in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). +Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". +De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB monitoringproject Antwerpen RO.\ +Voor de soorten baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, kluut, snor, tureluur, woudaap en zomertaling werden de aantallen uit bovenstaande bronnen aangevuld op basis van waarnemingen uit waarnemingen.be en geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016). +Nullen werden enkel ingevuld als: + +- er een intensieve monitoring werd uitgevoerd en geen territoria of broedgevallen zijn vastgesteld in een bepaald gebied +- er voor een bepaald jaar voor een gebied aantallen in de databank zaten voor andere soorten +- het op basis van de gekende Vlaamse populaties uiterst onwaarschijnlijk is dat een bepaalde soort zou hebben gebroed. + +In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd niets ingevuld (NA). + + + + + +Het bestand Territoria_totalen-1995_2023.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. +Deze totalen zijn gebaseerd op de aantallen in bovenstaande bronnen, waarbij in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd genomen. +Aanwezigheid van NA's (soort niet geteld in dat gebied tijdens dat jaar) in één gebied leidt tot een NA in het jaartotaal van de soort. + +### Exploratieve data-analyse + +#### Zeldzame soorten met "volledige" tijdreeksen + +Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. +Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ +Voor zomertaling werden de gegevens na 2007 aangevuld op basis van waarnemingen.be. +De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen.\ +Voor kluut en tureluur kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het Rest IHD-gebied na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn omdat deze soorten amper of slechts in (zeer) lage aantallen broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. +Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. +Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage aantallen tot broeden. + +#### Algemenere soorten + +Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. +Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. +Voor deze soorten, aangevuld met zomertaling, voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. +de aantallen in een aantal frequent getelde gebieden. +Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. +Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie). +Weidevogels en watervogels worden nog steeds jaarlijks integraal geteld. +In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). +Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. +Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. +De aantallen in de tussenliggende jaren worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). +Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): + +- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. +- Bergenmeersen: GGG sinds april 2013 +- Wijmeers: deels ontpolderd en deels ingericht als niet-estuarien wetland sinds november 2015 +- Paardeweide: oostzijde ingericht als rietatol sinds 2014, de westzijde is een hooilandgebied waar sinds 2022 geëxperimenteerd wordt met vernatting. +- Weijmeerbroek: verschralingsbeheer sinds 2010, beperkte vernatting sinds 2016, aanzienlijke vernatting sinds 2023. +- Polders van Kruibeke: geleidelijke inrichting sinds 2008, GGG Bazel-noord sinds 2015, GGG-Kruibeke sinds 2017, ontpoldering Fasseit sinds 2017 +- Zennegat: inrichting als GOG met gecontroleerd gereduceerd getijdengebied afgerond in 2017 + +```{r 110-figuur2, fig.cap=caption_figuur2, out.width="95%"} +caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten." +knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) +``` + + + +Om volledige tijdsreeksen te bekomen voor de Sigmagebieden werd een extrapolatie van de data doorgevoerd. +De jaren voorafgaand aan de inrichting kregen de aantallen van de nulmeting (T0) toegekend. +Gaten in de tijdsreeksen na de inrichting vullen we op d.m.v. een lineair verband (afronding naar boven). +Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar.\ +
+ +## Resultaten + +### Zeldzame soorten {#zeld-soorten} + +Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de data met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). +Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. +Hoewel geen gebiedsdekkende kartering mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria voor deze soorten een redelijk accuraat beeld geeft van de reële aantallen. + +Verscheidene soorten komen tot 2023 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning, roerdomp en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). + +Grote karekiet kwam vóór 2020 slechts af en toe voor als broedvogel. +Sinds 2020 worden jaarlijks territoria vastgesteld, in 2023 waren het er drie. +Enkel in het tijdelijk ingericht wetland in Grote Wal werd twee keer een territorium vastgesteld. +In de andere gebieden broedde de grote karekiet tot nog toe eenmalig. + +Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. +Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). +In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. +In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). +Aangezien de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek eind 2023 is stopgezet, zal de lepelaar hier niet meer broeden. +Mogelijk groeit de kleine kolonie in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder de komende jaren verder uit. + +Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. +In 2023 werd vier territoria vastgesteld, het hoogste aantal sinds de start van de monitoring. +Belangrijke gebieden waar kwak regelmatig broedt zijn het Donkmeer in Berlare en het Molsbroek in Lokeren. +Ook de tijdelijk ingerichte wetlands Grote Wal in Hamme (in 2022) en het Meulendijkbroek in Waasmunster (in 2023) trokken kwakken aan. +Aangezien de tijdelijke inrichting van beide wetlands ophoudt in 2023, zal de kwak er niet meer terecht kunnen. + +Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. +Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. + +Baardman, woudaap en snor vertonen de laatste jaren een stijgende trend in de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren (NOP-zone). + +Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. +Het Schor Ouden Doel is met voorsprong het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. +Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). +In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). +In 2022 en 2023 waren er twee territoria. + +Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven. +Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. +Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. +Met 25 territoria in 2023 lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. +De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 10 territoria in 2023, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei en in de Kalkense Meersen en omgeving. + +Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. +Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2022 2 tot 7 territoria. +In 2022 werden 14 territoria vastgesteld en in 2023 15 territoria. +Dit komt stilaan in de buurt van de IHD die stelt dat leefgebied voor 20 broedparen aanwezig moet zijn. +Jaarlijkse territoria sinds 2021 werden vastgesteld in Anderstad/Polder van Lier, het Donkmeer, het Molsbroek en de Polders van Kruibeke. +De tijdelijke inrichting als wetland in Grote Wal resulteerde zowel in 2022 als 2023 in vier territoria. +In de Oude Durme (Hamme, Waasmunster) werden in 2022 en 2023 respectievelijk twee en drie territoria vastgesteld. + +De aantallen grutto vertonen een dalende trend sinds 2013. +Maximale aantallen werden vastgesteld tussen 2011 en 2015 met met meer dan 60 territoria. +De 40 territoria in 2022 vormden het laagste aantal sinds 2008. +In 2023 werden iets meer territoria geteld, nl. +47. +De daling speelde zich aanvankelijk uitsluitend af in het Noordelijk gebied, van ca. +30 territoria in de periode 2010 - 2012 naar minder dan 10 territoria vanaf 2018, terwijl de aantallen stroomopwaarts in een ruim gebied gebied rond de Kalkense Meersen stabiel bleven. +Na 2018 dalen de aantallen ook daar van ca. +40 - 45 naar 24 in 2022 en 26 in 2023, terwijl in het Noordelijk gebied een voorzichtige stijging lijkt op te treden naar 17 territoria in 2022 en 21 in 2023. + +De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). +In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). +Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021 en rond de 130 in 2022 en 2023. +Het overgrote deel van de kluten (\> 85%) broedt nu opnieuw in natuurgebieden in de haven (Noordelijk gebied, Potpolder Lillo). +Verder broedde kluut in kleine aantallen met wisselend succes in de Polders van Kruibeke, het Noordelijk eiland en de Paardeweide. +In 2023 werden enkel territoria vastgesteld in het Noordelijk gebied (Doelpolder-noord en Prosperpolder-noord) en de Potpolder van Lillo. + +De aantallen zomertaling stijgen na 2007 wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan. +In 2022 werd voor het eerst sinds 2002 het IHD-doel bereikt. +In 2023 werd de IHD opnieuw gerealiseerd met 24 territoria. +In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. +Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. +De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden (Molsbroek, Paardeweide-oost, Grote Wal, Beneden Nete en Noordelijk eiland). +Een vierde tot een vijfde van de zomertalingen zat in 2022 en 2023 in het tijdelijke wetland Grote Wal. + +De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. +50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. +Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. +De beschermingsmaatregelen die op de linkerscheldeoever worden genomen tegen grondpredatoren werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022 en 53 in 2023. +Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in het noordelijk gebied + +Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ver onder het tot doel gestelde aantal (50). +In 2023 werden in totaal slechts 6 territoria geteld. +Het Galgenschoor blijft met 4 territoria wel een bastion voor deze soort. + +Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. +Zelfs in goede jaren, met natte voorjaren, blijven de aantallen ver onder de doelstelling (40). +In 2022 werden twee territoria gevonden in de Durmevallei. +Eén in het Molsbroek, de enige plaats waar de soort bijna jaarlijks broedt, en één mogelijk territorium in het Weijmeerbroek. + +### Algemenere soorten + +Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van zes algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. + +De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. +Maar zowel in 2022 als in 2023 tellen we in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel territoria dan het tot doel gesteld aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). + +Ook voor de blauwborst komt al een hoog percentage (`r round(364/5.5, digits = 0)` % in 2022 en `r round(289/5.5, digits = 0)` % in 2023) voor in deze kleine subset van gebieden. +Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied wellicht ook de tot doel gestelde aantallen (550). + +Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren wat achteruitgaat in de onderzochte gebieden. +Maar daarnaast telden we alleen in Grote Wal in 2022 al 28 territoria en in 2023 39 territoria. +De achteruitgang in de subset is vooral veroorzaakt door lagere aantallen in het Noordelijk gebied. + +Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria. +De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. +Ook in de lijst van Sigmagebieden daalde het aantal, maar in Grote Wal vonden we in 2022 19 territoria voor en in 2023 20 territoria. +De som van alle gekende territoria blijft in 2023 ruim onder het doel (IHD = 150). + +Het aantal zomertalingterritoria overschreidt in 2022 en 2023 de IHD (20), deels door de hoge aantallen die in het tijdelijke wetland Grote Wal broeden (zie paragraaf \@ref(zeld-soorten)). +In de beperkte set natuurgebieden die voor de algemene soorten onderzocht worden, schommelen de aantallen tussen 7 en 11 territoria. +In 2021 lag het aantal wat lager omdat er toen geen enkel territorium werd vastgesteld in het Noordelijk gebied. + +Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. +In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. +Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. +Als de broedstrategie van deze soort niet wijzigt, zullen de naturuontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan weinig kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelstelling (IHD = 190). +In het Noordelijk gebied lijken de aantallen de laatste jaren wel wat te stijgen, vooral in Doelpolder-noord waar predatierasters geplaatst zijn om de weidevogels te beschermen. + +
+ +```{r 110-figuur3, fig.cap=caption_figuur3, out.width="95%"} +caption_figuur3 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen voor een selectie van soorten waarvoor de data-inzameling representatief is binnen IHD-gebied. Loess-smoother weergegeven. Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." + +knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig3.jpg")) +``` + +
+ +```{r 110-figuur4, fig.cap=caption_figuur4, out.width="95%"} +caption_figuur4 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (Blokkersdijk, Ketenisse, Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." + +knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) +``` + +
+ +## Conclusie + +Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. Vanaf 2024 zal de bijdrage van deze tijdelijke inrichting wegvallen. +De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een duidelijk positieve trend. +De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden. +De insectenetende grote karekiet en de visetende kwak en roerdomp, soorten van grootschalige moerasgebieden zijn jaarlijks aanwezig, maar nog steeds in zeer beperkt aantal (minder dan 5 territoria). +De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. + +## Referenties + +Adriaensen F., Van Damme S., Van den Bergh E., Van Hove D., Brys R., Cox T., Jacobs S., Konings P., Maes J., Maris T. +et al. (2005). +Instandhoudingsdoelstellingen Schelde-estuarium. +Antwerpen: Antwerpen U. +05-R82. +249 p. + +Anoniem (2014). +Jaarverslag 2013. +Beheercommissie Natuur Kruibeke -- Bazel -- Rupelmonde, Gent. + +Anselin A. +(2010). +Enkele resultaten van het project Bijzondere Broedvogels voor 2008 en 2009. +Vogelnieuws : ornithologische nieuwsbrief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 14(Brussel). + +Anselin A., Devos K., Kuijken E. +(1998). +Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996 = colonial and rare breeding birds in flanders (belgium) in 1995 and 1996. + +Daniëls F., Deduytsche B., Dillen A., Maes T., Maris T., Nachtergale L., Nollet S., Spanoghe G., Vanden Abeele L., Van den Bergh E. +et al. (2013). +Jaarverslag 2012 Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. +Gent: Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. + +De Jonghe G., Verschueren W. +(2017). +Blokkersdijk E-131 (Antwerpen Linkeroever). +Tweede monitoringrapport. +Antwerpen: Natuurpunt Waasland vzw Kern Antwerpen Linkeroever. + +Gyselings R., Spanoghe G., Hessel K., Mertens W., Vandevoorde B., Van den Bergh E. +(2009). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zesde jaar : bijlage 9.8 bij het zesde jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. +Brussel. +2009.3. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. +(2004). +Monitoring van het linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het tweede jaar. +Brussel. +2004.19. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. +(2007). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vierde jaar : bijlage 9.10 van het vierde jaarverslag van de Beheercommissie natuurcompensaties Linkerscheldeoevergebied. +Brussel. +2007.2. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy B., Vogels B., Willems W. +(2011). +Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever. +Brussel. +2010.15. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Vogels B., Lefevre A. +(2013). +Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever, resultaten van het monitoringsjaar 2012. +Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. + +Mertens W., Hessel K., Spanoghe G., Van Lierop F. +(in prep.). +T0-rapportage van de monitoring van de 2010-gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan. +Broedvogels. +Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Lefevre, A., Willems W. +(2014). +Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever -- Resultaten 2013. +Brussel. +2014.6392398. + +Schepers R. +(2010). +De Grutto (Limosa limosa) in de Kalkense Meersen. +Historiek, broedsucces en toekomstperspectieven. +Gent: Universiteit Gent. +63 p. +Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. +(2003). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het eerste jaar. +Brussel. +2003.15. + +Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. +(2006). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het derde jaar. +Brussel. +2006.1. + +Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. +(2008). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vijfde jaar : bijlage 9.10 bij het vijfde jaarverslag van de Beheercommissie Natuurcompensatie Linkerscheldeoevergebied. +Brussel. +2008.14. + +Spanoghe G., Gyselings R., Vandevoorde B., Van den Bergh E., Hessel K., Mertens W. +(2010). +Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zevende jaar : bijlage 9.8 bij het zevende jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. +Brussel. +2010.8. + +Van Dijk A.J., Boele A. +(2011). +Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. +Nijmegen, Nederland: SOVON Vogelonderzoek. + +Van Ginhove, W. +(2008). +Broedvogelinventarisatie Potpolder 2006-2007. +(weblink)[] + +Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. +& Hustings F. +2016. +Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. +Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. +(weblink)[] + +Vermeersch G., Anselin A. +(2009). +Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. +Recente status en trends van Bijzondere Broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn. +Brussels, Belgium. +2009(3). + +Vermeersch G., Anselin A., Devos K. +(2006). +Bijzondere broedvogels in Vlaanderen in de periode 1994-2005 : populatietrends en recente status van zeldzame, kolonievormende en exotische broedvogels in Vlaanderen. +Brussels, Belgium. +2006(2). +1-64 p. + +Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J., Van Der Krieken B. +(2004). +Atlas van de Vlaamse broedvogels : 2000-2002. + + + +Vochten T., Lenaerts B. +& Baetens J. +(2024). +Soortbeschermingsprogramma Antwerpse Haven Monitoringsrapport 2023. +Natuurpunt. + +Weyn K., Gyselings R., Spanoghe G. +(2013). +Jaarverslag 2012 Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. +Kallo: Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. From 5579f342aed0c8d0ef0499d13ef1c9e600c285dd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: WimMertens Date: Thu, 14 Aug 2025 19:18:37 +0200 Subject: [PATCH 2/6] bijna afgewerkt hoofdstuk 110 --- .../10_broedvogels_analyse.Rmd | 14 +- .../110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd | 127 +++++++----- .../110_broedvogels.Rmd | 180 +++++++----------- 3 files changed, 150 insertions(+), 171 deletions(-) diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd index 1951b73..c5f524f 100644 --- a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd @@ -52,14 +52,14 @@ pad_tabellen <- maak_pad(params$hoofdstuk, "tabellen") ```{r data} -Soorten <- read_xlsx(path = str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx"), +Soorten <- read_xlsx(path = str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), sheet = "Soorten") Terr_Sigma_BB <- read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_BB.csv")) Terr_Sigma_AB <- read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) Terr_Sigma_AB_tot <- - read_csv(str_c("C:/R/Projects/Broedvogels/data-output/Terr_Sigma_AB_tot.csv")) + read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB_tot.csv")) ``` @@ -188,16 +188,16 @@ Terr_Sigma_AB %>% # Broedlocaties per soort -Voor het schrijven van het hoofdstuk kan het handig zijn een jaarlijks overzicht van broedlocaties van de soorten handig zijn. +Voor het schrijven van het hoofdstuk kan een jaarlijks overzicht van broedlocaties van de soorten handig zijn. ```{r nested data 202122} -data23 <- readxl::read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2024.xlsx"), - range = "A1:G500") %>% +data24 <- readxl::read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), + sheet = "Data", range = "R1C1:R10000C7") %>% filter(!is.na(Soort)) # we nest data to make a table for each species-year by using a for loop -# the result is a dataframe with columns Soort(chr), Jaar (num) en data(list). Eacht list item in data contains a dataframe with Gebied, minimum and maximum. +# the result is a dataframe with columns Soort(chr), Jaar (num) en data(list). Each list item in data contains a dataframe with Gebied, minimum and maximum. data_nested <- - data23 %>% + data24 %>% arrange(Soort, Jaar) %>% nest(data = c(Gebied, minimum, maximum), .by = c(Soort, Jaar)) # data_nested$data[1] diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd index 3cc2ce9..ff7cc01 100644 --- a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd @@ -97,11 +97,11 @@ data %>% soort <- read_xlsx(str_c(pad_data, "Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx"), sheet = "Soorten")[c(1,2, 4:7)] -bb <- +bb <- # lijst met bijzondere broedvogels (n=16) soort %>% filter(BB == 1) %>% pull(Soort) -ab <- +ab <- # lijst met algemene broedvogels (n=5) soort %>% filter(AB == 1) %>% pull(Soort) @@ -112,9 +112,9 @@ gebied <- gebieden_ab <- read_csv(str_c(pad_data, "gebieden_AB.csv")) -(Terr_Sigma <- - data %>% - left_join(soort[c(1, 6, 3, 2)], by = c("Soort"))) +# (data <- # add data about species to dataframe +# data %>% +# left_join(soort[c(1, 6, 3, 2)], by = c("Soort"))) ``` # Omzetting broedvogeldata bestand in longfile. @@ -126,7 +126,7 @@ Hierdoor is de volledigheid van de data voor de zeldzame soorten sterk verhoogd.
```{r } -Terr_Sigma %>% +data %>% head(n = 10) %>% kbl(caption = "Eerste 10 records van data") %>% kable_styling(full_width = FALSE) @@ -137,32 +137,37 @@ Terr_Sigma %>% # Berekening totalen -*Aandachtspunt*: Vroeger werd steeds het hoogste aantal van elk gebied genomen voor de berekening van het totaal. In dit script wordt vanaf 2021 een sommatie gedaan van min en max en vervolgens hiervan het gemiddelde berekend. - +*Aandachtspunt*: In de oude dataset werd steeds het hoogste aantal van elk gebied genomen voor de berekening van het totaal. Dit script sommeert, nu voor de hele periode, per soort en jaar de minimum- en maximumaantallen en berekent vervolgens hiervan het gemiddelde berekend. ```{r data_totaal} -(Terr_tot <- +(Terr_Sigma <- data %>% - summarise(.by = c(Jaar, Soort), Aantal = ceiling((sum(minimum) + sum(maximum))/2))) # aantal is het naar boven afgerond gemiddelde van min en max + summarise(.by = c(Jaar, Soort), + Aantal = ceiling((sum(minimum) + sum(maximum))/2)) %>% # aantal is het naar boven afgerond gemiddelde van min en max + arrange(Jaar, Soort)) -Terr_tot %>% - write_csv(str_c(pad_data, "Territoria_totalen_1995_2023.csv")) +Terr_Sigma %>% + write_csv(str_c(pad_data, "Territoria_totalen_1995_2024.csv")) ``` # Bijzondere broedvogels -De dataset is verre van volledig voor de algemene soorten (niet elk gebied wordt elk jaar geteld). Voor de bijzondere broedvogels gaan we er van uit dat de gegevens (nagenoeg) volledig zijn. -We berekenen de totalen voor een set van 16 soorten. +De dataset is verre van volledig voor de algemene soorten (niet elk gebied wordt elk jaar geteld). Voor de bijzondere broedvogels gaan we er van uit dat de gegevens (nagenoeg) volledig zijn omdat: + + - vanaf 1995 de meeste soorten opgevolgd werden in het Bijzonder Broedvogelproject van het INBO + - vanaf 2008 waarnemingen.be werd opgestart waarin zowel nieuwe als oude waarnemingen worden ingevoerd. De bijzondere broedvogelsoorten zijn doorgaans opvallende en elk geval populaire (twitchbare) soorten die door vele waarnemers preferentieel ingevoerd worden. + +We berekenen de totalen voor een set van 16 bijzondere broedvogelsoorten. ```{r} -(Terr_tot_BB <- - Terr_tot %>% +(Terr_Sigma_BB <- + Terr_Sigma %>% filter(Soort %in% bb) %>% # complete(Soort, Jaar, fill = list(Aantal = 0))) # add zero's, this is wrong, should be na complete(Soort, Jaar, fill = list(Aantal = NA_integer_)) %>% # add species data (IHD, Biotoop, Voedselregime) left_join(soort[c(1, 6, 3, 2)], by = c("Soort"))) -Terr_tot_BB %>% +Terr_Sigma_BB %>% write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_BB.csv")) ```
@@ -171,34 +176,59 @@ Terr_tot_BB %>% ```{r read data algemenesoorten} (Terr_Sigma_AB <- - Terr_Sigma %>% + data %>% filter(Soort %in% ab) %>% mutate(Aantal = ceiling((minimum + maximum)/2)) %>% left_join(gebied, by = c("Gebied")) %>% - select(Soort, Gebied, Gebiedscode, TypeGebied, Doel, Jaar, Aantal) %>% - filter(Gebiedscode %in% gebieden_ab$Gebied)) # analyse gebeurt op selectie van goed getelde gebieden + filter(Gebiedscode %in% gebieden_ab$Gebied) %>% + left_join(soort, by = "Soort") %>% + select(Soort, Gebied, Gebiedscode, TypeGebied, Doel, Jaar, Aantal) ) # analyse gebeurt op selectie van goed getelde gebieden ``` ```{r check data} table(Terr_Sigma_AB$Gebied, Terr_Sigma_AB$Soort) table(Terr_Sigma_AB$TypeGebied, Terr_Sigma_AB$Soort) ``` -
- -Voor alle soorten is er data voor 20 jaren sinds 2005, nulwaarnemingen zijn aangevuld. ```{r check data2} -table(Terr_Sigma_AB$Gebied, Terr_Sigma_AB$Jaar) +Terr_Sigma_AB_na2005 <- Terr_Sigma_AB %>% filter(Jaar > 2004) +table(Terr_Sigma_AB_na2005$Gebied, Terr_Sigma_AB_na2005$Soort) +table(Terr_Sigma_AB_na2005$TypeGebied, Terr_Sigma_AB_na2005$Soort) ``` + +Blokkersdijk is elk jaar (30 in totaal) geteld. Ketenisse (Estuaria buiten Sigma) maar 23 jaar. Voor de andere gebieden zijn de tijdreeksen korter en variabeler. De data in de jaren voorafgaand aan de monitoring op LO of in de Sigmagebieden is voor vele soorten afwezig en in geval er wel data is, zijn deze wellicht onvolledig.
-Voor de onderzochte gebieden zijn er voor elk jaar aantallen van 5 soorten (nulwaarnemingen). -Voor alle soorten zijn er gegevens van 18 gebieden tot en met 2024. Noordelijk gebied is opgedeeld vanaf 2007. +```{r plotnsoorten, fig.cap = cap} +cap <- "Aantal getelde algemene broedvogelssoorten per gebied per jaar" +Terr_Sigma_AB_na2005 %>% + count(Gebied, Jaar) %>% + ggplot(aes(x = Jaar, y = n)) + + geom_point(col = "red") + + facet_wrap(vars(Gebied)) +``` -```{r save data} +```{r plotnterrit, fig.cap = cap} +cap <- "Totaal aantal territoria van de 5 algemene broedvogels per gebied per jaar" +Terr_Sigma_AB_na2005 %>% + summarise(.by = c(Gebied, Jaar), n = sum(Aantal)) %>% + ggplot(aes(x = Jaar, y = n)) + + geom_point(col = "red") + + facet_wrap(vars(Gebied)) +``` -Terr_Sigma_AB %>% +De tijdreeksen zijn volledig voor Bergenmeersen, Blokkersdijk, KBR, Ketenisse, Weijmeerbroek, Wijmeers-noord en -zuid en Zennegat. +De aantallen van het noordelijk gebied worden vanaf 2007 gegeven per deelgebied (Doelpolder-noord, Prosperpolder-noord, Prosperpolder-zuid en Schor Ouden Doel. Territoria in de nog niet ingerichte delen van Doel- en Prosperpolder zijn nooit meegenomen, omdat die uit de monitoringsdata niet te scheiden zijn van andere polders (Doelpolde-zuid, Arenbergpolder...). Voor sommige soorten betekent dit een kleine onderschatting. +Paardeweide is vanaf 2014 opgesplitst in Paardeweide oost en Paardeweide west. +Voor de Kalkense Meersen zijn er geen data van de jaren 2006 tot en met 2010. De algemene broedvogels kwamen hier wel voor, er kunnen dus geen aantallen op basis van de nulmeting aangevuld (geëxtrapoleerd) worden. **Overwegen of we dze jaren in de uiteindelijke grafiek weglaten**. +Voor sommige gebieden ontbreken enkele jaren omdat ze niet konden worden opgevolgd door inrichtingswerken. Wellicht broedden er die jaren vanwege de werken weinig, of toch minder, algemene soorten. +anaf 2007. + +```{r save data} +Terr_Sigma_AB_na2005 %>% write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) +Terr_Sigma_AB %>% + write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB_tot.csv")) ``` @@ -212,34 +242,33 @@ Terr_Sigma_AB %>% ```{r} -(Terr_Sigma_AB_2023_tot <- - data23 %>% - filter(Soort %in% c("Blauwborst", "Dodaars","Rietzanger","Scholekster", - "Slobeend", "Zomertaling")) %>% - filter(Gebied != "AN_RO_inclusief Kuifeend") %>% - group_by(Jaar, Soort, Gebied) %>% - summarise(minimum = sum(minimum), maximum = sum(maximum), - .groups = "drop") %>% - mutate(Aantal = ceiling(minimum + maximum)/2) %>% - select(-c(minimum, maximum))) +(Terr_Sigma_AB_2023_tot <- + data %>% + filter(Soort %in% c("Blauwborst", "Dodaars","Rietzanger","Scholekster", + "Slobeend", "Zomertaling")) %>% + group_by(Jaar, Soort, Gebied) %>% + summarise(minimum = sum(minimum), maximum = sum(maximum), + .groups = "drop") %>% + mutate(Aantal = ceiling(minimum + maximum)/2) %>% + select(-c(minimum, maximum))) # Add 2021, 2022 and 2023 -Terr_Sigma_AB_tot <- - Terr_Sigma_AB_2021 %>% - select(-c(TypeGebied, Doel)) %>% +Terr_Sigma_AB_tot <- + Terr_Sigma_AB_2021 %>% + select(-c(TypeGebied, Doel)) %>% pivot_longer(cols = !c(SOORT, Gebied), names_to = "Jaar", - values_to = "Aantal") %>% - rename(Soort = SOORT) %>% - mutate(Jaar = as.numeric(Jaar)) %>% - bind_rows(Terr_Sigma_AB_2023_tot) %>% - complete(Soort, Gebied, Jaar, fill = list(Aantal = 0)) %>% - group_by(Soort, Gebied, Jaar) %>% - summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") %>% + values_to = "Aantal") %>% + rename(Soort = SOORT) %>% + mutate(Jaar = as.numeric(Jaar)) %>% + bind_rows(Terr_Sigma_AB_2023_tot) %>% + complete(Soort, Gebied, Jaar, fill = list(Aantal = 0)) %>% + group_by(Soort, Gebied, Jaar) %>% + summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") %>% left_join(Gebieden[,c(1,4)]) %>% # add TypeGebied left_join(Soorten[,c(1,5)]) # add Doel getwd() -Terr_Sigma_AB_tot %>% +Terr_Sigma_AB_tot %>% write_csv("C:/R/Projects/Broedvogels/data-output/Terr_Sigma_AB_tot.csv") ``` diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd index 88c8c6c..63f87b1 100644 --- a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -1,10 +1,8 @@ -# --- -# output: html_document -# editor_options: -# chunk_output_type: inline -# --- -# - + --- +output: html_document +editor_options: + chunk_output_type: inline +--- ```{r 110-hoofdstuk, include=FALSE} @@ -67,14 +65,14 @@ Fichenummer: Fiche S-DS-V-006 -- Broedvogels (aangepaste versie 11/04/2013) ## Inleiding -De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor Instandhoudingsdoelstellingen gelden. +De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor Instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). ## Materiaal en methode ### Studiegebied -Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen et al. (2005). -Het omvat de NOP-zoneplus met uitzondering van de gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde, waarvoor aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen voor gelden, inclusief de compensatiegebieden (zie @\ref(fig:110-figuur1). +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). +Het omvat de NOP-zoneplus met uitzondering van de gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde, waarvoor aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, inclusief de compensatiegebieden (zie @\ref(fig:110-figuur1). Dit gebied omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden. De broedvogelaantallen in het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied) en in het vogelrichtlijngebied op de linker Scheldeoever (m.u.v. het Noordelijkgebied) worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005).\ @@ -92,18 +90,15 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); Vermeersch et al. (2004); Vermeersch et al. (2006); Vermeersch & Anselin (2009); Anselin (2010);Spanoghe et al. (2003); Gyselings et al. (2004); Spanoghe et al. (2006); Gyselings et al. (2007); Spanoghe et al. (2008); Van Ginhove et al. (2008), Gyselings et al. (2009); Spanoghe et al. (2010); (Gyselings et al., 2010); Gyselings et al. (2013); Weyn et al. (2013); Daniëls et al. (2013).\ Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en --kaartlagen van het INBO. -Voor de periode 2010-2017 werden deze gegevens aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ -De data vóór 2000 zijn afkomstig uit BBV-verslagen 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006) en de Broedvogeldatabank.\ -De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvoegelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. -Voor enkele zeldzame soorten zijn per jaar de aantallen gekend. -Voor algemenere soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. -In de tabel werden ze ingevuld bij 2001. -De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006) en de Broedvogeldatabank.\ -De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009) en de Broedvogeldatabank.\ -De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010) en de Broedvogeldatabank. -Voor de deelgebieden Noordelijk gebied, Ketenisse, Rest AN-LO zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)".\ -De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland en het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2020). - Voor het overstromingsgebied Kruibeke -- Bazel -- Rupelmonde zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van de INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ +Deze gegevens werden aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ +De data vóór 2000 zijn afkomstig uit BBV-verslagen 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ +De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvoegelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor algemenere soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001.\ +De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ +De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ +De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ +Voor de deelgebieden Ketenisse en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor Ouden Doel, Doelpolder-noord, Prosperpolder-noord en Prosperpolder-zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)".\ +De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024).\ +Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert.\ Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. @@ -111,7 +106,7 @@ Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van ee Gegevens over het aantal gruttoterritoria in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB monitoringproject Antwerpen RO.\ -Voor de soorten baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, kluut, snor, tureluur, woudaap en zomertaling werden de aantallen uit bovenstaande bronnen aangevuld op basis van waarnemingen uit waarnemingen.be en geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016). +De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016).\ Nullen werden enkel ingevuld als: - er een intensieve monitoring werd uitgevoerd en geen territoria of broedgevallen zijn vastgesteld in een bepaald gebied @@ -120,21 +115,17 @@ Nullen werden enkel ingevuld als: In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd niets ingevuld (NA). - +De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te stoppen, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx).\ - +Het bestand Territoria_totalen-1995_2024.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Daar waar in de datasets aangeleverd tot 2023 in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in de huidige dataset het gemiddelde van de minimum en maximum aantal territoria gerapporteerd. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald kunnen worden, omdat het aantal terrotoria van minstens één, maar meestal vele gebieden niet achterhaald kon worden.\ -Het bestand Territoria_totalen-1995_2023.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. -Deze totalen zijn gebaseerd op de aantallen in bovenstaande bronnen, waarbij in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd genomen. -Aanwezigheid van NA's (soort niet geteld in dat gebied tijdens dat jaar) in één gebied leidt tot een NA in het jaartotaal van de soort. ### Exploratieve data-analyse #### Zeldzame soorten met "volledige" tijdreeksen Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. -Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ -Voor zomertaling werden de gegevens na 2007 aangevuld op basis van waarnemingen.be. +Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor en zomertaling) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen.\ Voor kluut en tureluur kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het Rest IHD-gebied na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn omdat deze soorten amper of slechts in (zeer) lage aantallen broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. @@ -144,24 +135,18 @@ Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. -Voor deze soorten, aangevuld met zomertaling, voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. -de aantallen in een aantal frequent getelde gebieden. -Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. -Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie). -Weidevogels en watervogels worden nog steeds jaarlijks integraal geteld. -In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). -Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. -Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. -De aantallen in de tussenliggende jaren worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). +Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een aantal frequent getelde gebieden. +Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). +In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zoner monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): -- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. -- Bergenmeersen: GGG sinds april 2013 +- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. +- Bergenmeersen: GOG-GGG sinds april 2013 - Wijmeers: deels ontpolderd en deels ingericht als niet-estuarien wetland sinds november 2015 - Paardeweide: oostzijde ingericht als rietatol sinds 2014, de westzijde is een hooilandgebied waar sinds 2022 geëxperimenteerd wordt met vernatting. - Weijmeerbroek: verschralingsbeheer sinds 2010, beperkte vernatting sinds 2016, aanzienlijke vernatting sinds 2023. -- Polders van Kruibeke: geleidelijke inrichting sinds 2008, GGG Bazel-noord sinds 2015, GGG-Kruibeke sinds 2017, ontpoldering Fasseit sinds 2017 -- Zennegat: inrichting als GOG met gecontroleerd gereduceerd getijdengebied afgerond in 2017 +- Polders van Kruibeke: geleidelijke inrichting sinds 2008, getijdewerking GGG Bazel-noord sinds 2015, GGG-Kruibeke sinds 2017, ontpoldering Fasseit en Kruibeekse kreek sinds 2017 +- Zennegat: inrichting als GOG-GGG afgerond in 2017 ```{r 110-figuur2, fig.cap=caption_figuur2, out.width="95%"} caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten." @@ -170,39 +155,28 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) -Om volledige tijdsreeksen te bekomen voor de Sigmagebieden werd een extrapolatie van de data doorgevoerd. -De jaren voorafgaand aan de inrichting kregen de aantallen van de nulmeting (T0) toegekend. -Gaten in de tijdsreeksen na de inrichting vullen we op d.m.v. een lineair verband (afronding naar boven). -Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar.\
## Resultaten ### Zeldzame soorten {#zeld-soorten} -Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de data met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). +Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel geen gebiedsdekkende kartering mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria voor deze soorten een redelijk accuraat beeld geeft van de reële aantallen. -Verscheidene soorten komen tot 2023 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning, roerdomp en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). +Verscheidene doelsoorten komen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). + +Roeromp was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weijmeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder-zuid. -Grote karekiet kwam vóór 2020 slechts af en toe voor als broedvogel. -Sinds 2020 worden jaarlijks territoria vastgesteld, in 2023 waren het er drie. -Enkel in het tijdelijk ingericht wetland in Grote Wal werd twee keer een territorium vastgesteld. -In de andere gebieden broedde de grote karekiet tot nog toe eenmalig. +Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 nog drie territoria waren. Een echt stabiele hervestiging van deze soort heeft dus nog niet plaatsgevonden. -Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. +Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. -In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). -Aangezien de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek eind 2023 is stopgezet, zal de lepelaar hier niet meer broeden. -Mogelijk groeit de kleine kolonie in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder de komende jaren verder uit. +In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek van 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. -Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. -In 2023 werd vier territoria vastgesteld, het hoogste aantal sinds de start van de monitoring. -Belangrijke gebieden waar kwak regelmatig broedt zijn het Donkmeer in Berlare en het Molsbroek in Lokeren. -Ook de tijdelijk ingerichte wetlands Grote Wal in Hamme (in 2022) en het Meulendijkbroek in Waasmunster (in 2023) trokken kwakken aan. -Aangezien de tijdelijke inrichting van beide wetlands ophoudt in 2023, zal de kwak er niet meer terecht kunnen. +Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024 met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek en Donkmeer (Berlare). Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. @@ -213,71 +187,43 @@ Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor Ouden Doel is met voorsprong het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). -In 2022 en 2023 waren er twee territoria. +In 2022 en 2023 waren er twee territoria en ook in 2024 waren er 2 territoria. -Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven. +Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. -Met 25 territoria in 2023 lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. -De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 10 territoria in 2023, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei en in de Kalkense Meersen en omgeving. - -Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. -Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2022 2 tot 7 territoria. -In 2022 werden 14 territoria vastgesteld en in 2023 15 territoria. -Dit komt stilaan in de buurt van de IHD die stelt dat leefgebied voor 20 broedparen aanwezig moet zijn. -Jaarlijkse territoria sinds 2021 werden vastgesteld in Anderstad/Polder van Lier, het Donkmeer, het Molsbroek en de Polders van Kruibeke. -De tijdelijke inrichting als wetland in Grote Wal resulteerde zowel in 2022 als 2023 in vier territoria. -In de Oude Durme (Hamme, Waasmunster) werden in 2022 en 2023 respectievelijk twee en drie territoria vastgesteld. - -De aantallen grutto vertonen een dalende trend sinds 2013. -Maximale aantallen werden vastgesteld tussen 2011 en 2015 met met meer dan 60 territoria. -De 40 territoria in 2022 vormden het laagste aantal sinds 2008. -In 2023 werden iets meer territoria geteld, nl. -47. -De daling speelde zich aanvankelijk uitsluitend af in het Noordelijk gebied, van ca. -30 territoria in de periode 2010 - 2012 naar minder dan 10 territoria vanaf 2018, terwijl de aantallen stroomopwaarts in een ruim gebied gebied rond de Kalkense Meersen stabiel bleven. -Na 2018 dalen de aantallen ook daar van ca. -40 - 45 naar 24 in 2022 en 26 in 2023, terwijl in het Noordelijk gebied een voorzichtige stijging lijkt op te treden naar 17 territoria in 2022 en 21 in 2023. +Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden en lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. +De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de Dijle- en Netevallei. + +Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal telkens vier territoria werden vastgesteld. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). + +De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder-noord waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel (80 territoria) stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder-noord met 38 territroia duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen (29 territoria). Maar ook in de stroomopwaartse populatie is er sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023 toen er resp. 24 en 25 territoria waren. De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). -Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021 en rond de 130 in 2022 en 2023. -Het overgrote deel van de kluten (\> 85%) broedt nu opnieuw in natuurgebieden in de haven (Noordelijk gebied, Potpolder Lillo). -Verder broedde kluut in kleine aantallen met wisselend succes in de Polders van Kruibeke, het Noordelijk eiland en de Paardeweide. -In 2023 werden enkel territoria vastgesteld in het Noordelijk gebied (Doelpolder-noord en Prosperpolder-noord) en de Potpolder van Lillo. - -De aantallen zomertaling stijgen na 2007 wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan. -In 2022 werd voor het eerst sinds 2002 het IHD-doel bereikt. -In 2023 werd de IHD opnieuw gerealiseerd met 24 territoria. -In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. -Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. -De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden (Molsbroek, Paardeweide-oost, Grote Wal, Beneden Nete en Noordelijk eiland). -Een vierde tot een vijfde van de zomertalingen zat in 2022 en 2023 in het tijdelijke wetland Grote Wal. - -De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. -50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. -Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. -De beschermingsmaatregelen die op de linkerscheldeoever worden genomen tegen grondpredatoren werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022 en 53 in 2023. -Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in het noordelijk gebied - -Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ver onder het tot doel gestelde aantal (50). -In 2023 werden in totaal slechts 6 territoria geteld. -Het Galgenschoor blijft met 4 territoria wel een bastion voor deze soort. - -Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. -Zelfs in goede jaren, met natte voorjaren, blijven de aantallen ver onder de doelstelling (40). -In 2022 werden twee territoria gevonden in de Durmevallei. -Eén in het Molsbroek, de enige plaats waar de soort bijna jaarlijks broedt, en één mogelijk territorium in het Weijmeerbroek. +Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021. Door de ontpoldering van Prosperpolder-noord in 2022 dalen de aantallen opnieuw een beetje tot 112 in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder-noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolder-zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. + +De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks behaald. Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks bereikt. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. +In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. +De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. + +De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. +De beschermingsmaatregelen die op de linkerscheldeoever worden genomen tegen grondpredatoren werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. +Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder-noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder-zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder-noord, Schor Ouden Doel en Ketenisse. + +Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria wel een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren at groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. + +Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoentjes zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen, een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen. Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder-noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. + ### Algemenere soorten -Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van zes algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. +Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van vijf algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. -Maar zowel in 2022 als in 2023 tellen we in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel territoria dan het tot doel gesteld aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). +Maar sinds 2022 we in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel territoria als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). -Ook voor de blauwborst komt al een hoog percentage (`r round(364/5.5, digits = 0)` % in 2022 en `r round(289/5.5, digits = 0)` % in 2023) voor in deze kleine subset van gebieden. -Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied wellicht ook de tot doel gestelde aantallen (550). +Ook voor de blauwborst komt sinds 2017 meer dan 50% van de IHD voor in deze kleine subset van gebieden. Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied wellicht het tot doel gestelde aantal (550). Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren wat achteruitgaat in de onderzochte gebieden. Maar daarnaast telden we alleen in Grote Wal in 2022 al 28 territoria en in 2023 39 territoria. @@ -346,6 +292,10 @@ Anselin A., Devos K., Kuijken E. (1998). Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996 = colonial and rare breeding birds in flanders (belgium) in 1995 and 1996. +Claus, P. +(2006). +De broedvogels van de Kalkense meersen. Niet gepubliceerd. + Daniëls F., Deduytsche B., Dillen A., Maes T., Maris T., Nachtergale L., Nollet S., Spanoghe G., Vanden Abeele L., Van den Bergh E. et al. (2013). Jaarverslag 2012 Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. From f65cddb380db1e7f74c5f923e916a89118726ea8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: WimMertens Date: Mon, 18 Aug 2025 12:36:44 +0200 Subject: [PATCH 3/6] eerste versie voor revisie --- .../10_broedvogels_analyse.Rmd | 5 +- .../110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd | 69 ++++++++----------- .../110_broedvogels.Rmd | 69 ++++++++----------- 3 files changed, 59 insertions(+), 84 deletions(-) diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd index c5f524f..5588808 100644 --- a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd @@ -58,6 +58,8 @@ Terr_Sigma_BB <- read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_BB.csv")) Terr_Sigma_AB <- read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) +Terr_Sigma_AB_na2005 <- + read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB2005.csv")) Terr_Sigma_AB_tot <- read_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB_tot.csv")) ``` @@ -107,7 +109,7 @@ ggsave(filename = str_c(pad_figuren, "110_fig3.jpg"), height=8, width=6) cap_algemene_soorten <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (BD (Blokkersdijk), K (Ketenisse), Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (= Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." -Terr_Sigma_AB %>% +Terr_Sigma_AB_na2005 %>% ggplot() + geom_bar(aes(Jaar, weight = Aantal, fill = TypeGebied))+ geom_hline(aes(yintercept = Doel), size = 1, color = "red")+ @@ -137,6 +139,7 @@ cap_algemene_soorten <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (BD (Blokkersdijk), K (Ketenisse), Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (= Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)) tot en met 2020 en voor alle getelde gebieden sinds 2021. Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." Terr_Sigma_AB_tot %>% + filter(Jaar > 2004) %>% ggplot() + geom_bar(aes(Jaar, weight = Aantal, fill = TypeGebied))+ geom_hline(aes(yintercept = Doel), size = 1, color = "red")+ diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd index ff7cc01..03de5ca 100644 --- a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_data.Rmd @@ -174,13 +174,23 @@ Terr_Sigma_BB %>% # Algemene broedvogels -```{r read data algemenesoorten} +```{r algemenesoorten} (Terr_Sigma_AB <- data %>% filter(Soort %in% ab) %>% mutate(Aantal = ceiling((minimum + maximum)/2)) %>% left_join(gebied, by = c("Gebied")) %>% - filter(Gebiedscode %in% gebieden_ab$Gebied) %>% + filter(Gebiedscode %in% gebieden_ab$Gebied) %>% # subset van gebieden + left_join(soort, by = "Soort") %>% + select(Soort, Gebied, Gebiedscode, TypeGebied, Doel, Jaar, Aantal) ) # analyse gebeurt op selectie van goed getelde gebieden +``` + +```{r algemenesoorten tot} +(Terr_Sigma_AB_tot <- + data %>% + filter(Soort %in% ab) %>% + mutate(Aantal = ceiling((minimum + maximum)/2)) %>% + left_join(gebied, by = c("Gebied")) %>% left_join(soort, by = "Soort") %>% select(Soort, Gebied, Gebiedscode, TypeGebied, Doel, Jaar, Aantal) ) # analyse gebeurt op selectie van goed getelde gebieden ``` @@ -226,51 +236,26 @@ anaf 2007. ```{r save data} Terr_Sigma_AB_na2005 %>% - write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) -Terr_Sigma_AB %>% + write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB2005.csv")) +Terr_Sigma_AB_tot %>% write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB_tot.csv")) +Terr_Sigma_AB %>% + write_csv(str_c(pad_tabellen, "Terr_Sigma_AB.csv")) ``` +```{r AB tot tabel} +Terr_Sigma_AB_tot %>% + summarise(.by = c(Soort, Jaar), Aantal = sum(Aantal, na.rm = TRUE)) %>% + arrange((desc(Jaar))) - - - - - - - - - -```{r} -(Terr_Sigma_AB_2023_tot <- - data %>% - filter(Soort %in% c("Blauwborst", "Dodaars","Rietzanger","Scholekster", - "Slobeend", "Zomertaling")) %>% - group_by(Jaar, Soort, Gebied) %>% - summarise(minimum = sum(minimum), maximum = sum(maximum), - .groups = "drop") %>% - mutate(Aantal = ceiling(minimum + maximum)/2) %>% - select(-c(minimum, maximum))) - -# Add 2021, 2022 and 2023 -Terr_Sigma_AB_tot <- - Terr_Sigma_AB_2021 %>% - select(-c(TypeGebied, Doel)) %>% - pivot_longer(cols = !c(SOORT, Gebied), - names_to = "Jaar", - values_to = "Aantal") %>% - rename(Soort = SOORT) %>% - mutate(Jaar = as.numeric(Jaar)) %>% - bind_rows(Terr_Sigma_AB_2023_tot) %>% - complete(Soort, Gebied, Jaar, fill = list(Aantal = 0)) %>% - group_by(Soort, Gebied, Jaar) %>% - summarise(Aantal = sum(Aantal), .groups = "drop") %>% - left_join(Gebieden[,c(1,4)]) %>% # add TypeGebied - left_join(Soorten[,c(1,5)]) # add Doel -getwd() -Terr_Sigma_AB_tot %>% - write_csv("C:/R/Projects/Broedvogels/data-output/Terr_Sigma_AB_tot.csv") ``` +```{r AB tot tabel2} +Terr_Sigma_AB_na2005 %>% + filter(Soort == "Scholekster", Jaar %in% c(2020:2024)) %>% + summarise(.by = c(Soort, Jaar, TypeGebied), Aantal = sum(Aantal, na.rm = TRUE)) %>% + arrange((desc(Jaar))) %>% + print(n = 20) +``` diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd index 63f87b1..9665230 100644 --- a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -1,4 +1,4 @@ - --- +--- output: html_document editor_options: chunk_output_type: inline @@ -71,13 +71,12 @@ De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor ### Studiegebied -Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). -Het omvat de NOP-zoneplus met uitzondering van de gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde, waarvoor aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, inclusief de compensatiegebieden (zie @\ref(fig:110-figuur1). -Dit gebied omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden. -De broedvogelaantallen in het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied) en in het vogelrichtlijngebied op de linker Scheldeoever (m.u.v. het Noordelijkgebied) worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005).\ +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied is de NOP-zonep uit de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003) en omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). +Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisse en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder-noord, Prosperpolder-zuid, Doelpolder-noord en Doelpolder-midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het s-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst, 12 koppels bruine kiekendief, 450 koppels kluut, 1-2 koppels roerdomp, 40 koppels lepelaar en 1-2 koppels porseleinhoen. Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, (zie @\ref(fig:110-figuur1). De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport. +Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlingebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied, de aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ ```{r 110-figuur1, fig.cap=caption_figuur1, out.width="95%"} -caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten." +caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten. De gekleurde gebieden (rood en paars) zijn niet overlappende gebieden van ander Vogelrichtlijngebieden die buiten beschouwing van deze analyse vallen." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) ``` @@ -115,9 +114,7 @@ Nullen werden enkel ingevuld als: In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd niets ingevuld (NA). -De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te stoppen, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx).\ - -Het bestand Territoria_totalen-1995_2024.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Daar waar in de datasets aangeleverd tot 2023 in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in de huidige dataset het gemiddelde van de minimum en maximum aantal territoria gerapporteerd. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald kunnen worden, omdat het aantal terrotoria van minstens één, maar meestal vele gebieden niet achterhaald kon worden.\ +De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te stoppen, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefenings werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx). Het bestand Territoria_totalen-1995_2024.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Daar waar in de datasets aangeleverd tot 2023 in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in ddeze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria gerapporteerd. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald kunnen worden, omdat het aantal terrotoria van minstens één, maar meestal vele gebieden niet achterhaald kon worden.\ ### Exploratieve data-analyse @@ -135,9 +132,9 @@ Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. -Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een aantal frequent getelde gebieden. +Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). -In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zoner monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ +In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): - Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. @@ -174,9 +171,9 @@ Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 no Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. -In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek van 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. +In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. -Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024 met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek en Donkmeer (Berlare). +Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024 met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek (Lokeren) en Donkmeer (Berlare). Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. @@ -184,18 +181,17 @@ Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noo Baardman, woudaap en snor vertonen de laatste jaren een stijgende trend in de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren (NOP-zone). Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. -Het Schor Ouden Doel is met voorsprong het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. +Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). -In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). -In 2022 en 2023 waren er twee territoria en ook in 2024 waren er 2 territoria. +In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks 2 territoria. Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden en lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. -De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de Dijle- en Netevallei. +De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de valleien van Dijle en Nete. -Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal telkens vier territoria werden vastgesteld. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). +Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal die in die jaren telkens vier territoria huisvestte. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder-noord waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel (80 territoria) stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder-noord met 38 territroia duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen (29 territoria). Maar ook in de stroomopwaartse populatie is er sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023 toen er resp. 24 en 25 territoria waren. @@ -203,15 +199,15 @@ De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021. Door de ontpoldering van Prosperpolder-noord in 2022 dalen de aantallen opnieuw een beetje tot 112 in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder-noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolder-zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. -De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks behaald. Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks bereikt. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. +De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. -De beschermingsmaatregelen die op de linkerscheldeoever worden genomen tegen grondpredatoren werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. +De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren die in het havengebied op de Linkerscheldeoever worden genomen, werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder-noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder-zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder-noord, Schor Ouden Doel en Ketenisse. -Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria wel een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren at groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. +Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoentjes zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen, een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen. Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder-noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. @@ -221,28 +217,17 @@ Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandi Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van vijf algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. -Maar sinds 2022 we in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel territoria als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). - -Ook voor de blauwborst komt sinds 2017 meer dan 50% van de IHD voor in deze kleine subset van gebieden. Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied wellicht het tot doel gestelde aantal (550). +Sinds 2022 broeden in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel rietzangers als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). -Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren wat achteruitgaat in de onderzochte gebieden. -Maar daarnaast telden we alleen in Grote Wal in 2022 al 28 territoria en in 2023 39 territoria. -De achteruitgang in de subset is vooral veroorzaakt door lagere aantallen in het Noordelijk gebied. +Ook voor de blauwborst komt sinds 2017 meer dan 50% van de IHD voor in deze kleine subset van gebieden. In de volledige dataset zitten voor 2024 404 territoria, bijna 75% van de IHD. Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied met grote waarschijnlijkheid het tot doel gestelde aantal (550 territoria). -Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria. -De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. -Ook in de lijst van Sigmagebieden daalde het aantal, maar in Grote Wal vonden we in 2022 19 territoria voor en in 2023 20 territoria. -De som van alle gekende territoria blijft in 2023 ruim onder het doel (IHD = 150). +Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren in de onderzochte gebieden geen toename vertoont. Met 75 territoria in de volledige dataset wordt duidelijk dat de doelstelling voor deze soort (50 territoria) in 2024 duidelijk gehaald is. -Het aantal zomertalingterritoria overschreidt in 2022 en 2023 de IHD (20), deels door de hoge aantallen die in het tijdelijke wetland Grote Wal broeden (zie paragraaf \@ref(zeld-soorten)). -In de beperkte set natuurgebieden die voor de algemene soorten onderzocht worden, schommelen de aantallen tussen 7 en 11 territoria. -In 2021 lag het aantal wat lager omdat er toen geen enkel territorium werd vastgesteld in het Noordelijk gebied. +Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria.De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. In het natte voorjaar van 2024 stegen de aantallen opnieuw tot 27 territoria, de meeste in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder-noord. +In de meegtelde Sigmagebieden bleef het aantal nagenoeg constant t.o.v. 20223. De som van alle gekende territoria (79) blijft ook in 2024 ruim onder het doel (IHD = 150). Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. -In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. -Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. -Als de broedstrategie van deze soort niet wijzigt, zullen de naturuontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan weinig kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelstelling (IHD = 190). -In het Noordelijk gebied lijken de aantallen de laatste jaren wel wat te stijgen, vooral in Doelpolder-noord waar predatierasters geplaatst zijn om de weidevogels te beschermen. +In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. Maar ook voor deze soort lijken predatiewerende maatregelen gunstig uit te pakken. In Doelpolder-noord stijgt het aantal territoria gestaag van 8 in 2020 tot 26 in 2024.
@@ -264,10 +249,10 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ## Conclusie -Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. Vanaf 2024 zal de bijdrage van deze tijdelijke inrichting wegvallen. -De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een duidelijk positieve trend. +Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. +De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een positieve trend. De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden. -De insectenetende grote karekiet en de visetende kwak en roerdomp, soorten van grootschalige moerasgebieden zijn jaarlijks aanwezig, maar nog steeds in zeer beperkt aantal (minder dan 5 territoria). +De insectenetende grote karekiet, van de rietvogeltjes het sterkst afhankelijk van waterriet, kwam in 2024 niet voor. Andere soorten van grootschalige moerasgebieden, de visetende kwak en roerdomp waren in 2024 met resp. 2 en 1 territorium net als in de voorgaande jaren in zeer beperkt aantal aanwezig. Purperreiger komt ng steeds niet tot broeden. De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. ## Referenties @@ -378,6 +363,8 @@ Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van h Brussel. 2010.8. +Van den Bergh E., van Damme S. , Graveland J. , de Jong D.J. , Baten I., Meire P. (2003). Studierapport natuurontwikkelingsmaatregelen ten behoeve van de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium. Werkdocument/RIKZ/OS/2003.825x. Instituut voor Natuurbehoud, Rijksinstituut voor Kust en Zee, Universitaire Instelling Antwerpen-Vakgroep Ecosysteembeheer. [link](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p17/p1728/1728-08studierapport.pdf) + Van Dijk A.J., Boele A. (2011). Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. From 0aca09e4f46e429cd69001b6b821d773f5957446 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: OberonGeunens Date: Thu, 28 Aug 2025 11:44:28 +0200 Subject: [PATCH 4/6] Revisie I Oberon (Enkel Inleiding) --- .../110_broedvogels.Rmd | 301 +++++------------- 1 file changed, 83 insertions(+), 218 deletions(-) diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd index 9665230..a121fd0 100644 --- a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -1,7 +1,9 @@ ---- +--- output: html_document editor_options: chunk_output_type: inline + markdown: + wrap: sentence --- ```{r 110-hoofdstuk, include=FALSE} @@ -65,14 +67,13 @@ Fichenummer: Fiche S-DS-V-006 -- Broedvogels (aangepaste versie 11/04/2013) ## Inleiding -De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor Instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). +De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen (IHD) zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). ## Materiaal en methode ### Studiegebied -Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied is de NOP-zonep uit de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003) en omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). -Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisse en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder-noord, Prosperpolder-zuid, Doelpolder-noord en Doelpolder-midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het s-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst, 12 koppels bruine kiekendief, 450 koppels kluut, 1-2 koppels roerdomp, 40 koppels lepelaar en 1-2 koppels porseleinhoen. Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, (zie @\ref(fig:110-figuur1). De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport. +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied is de NOP-zone uit de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003) en omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisse en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder-noord, Prosperpolder-zuid, Doelpolder-noord en Doelpolder-midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het s-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst, 12 koppels bruine kiekendief, 450 koppels kluut, 1-2 koppels roerdomp, 40 koppels lepelaar en 1-2 koppels porseleinhoen. Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, (zie \@\ref(fig:110-figuur1). De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport.\ Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlingebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied, de aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ ```{r 110-figuur1, fig.cap=caption_figuur1, out.width="95%"} @@ -80,33 +81,30 @@ caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalysee knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) ``` + + + - + ### Dataverzameling De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); Vermeersch et al. (2004); Vermeersch et al. (2006); Vermeersch & Anselin (2009); Anselin (2010);Spanoghe et al. (2003); Gyselings et al. (2004); Spanoghe et al. (2006); Gyselings et al. (2007); Spanoghe et al. (2008); Van Ginhove et al. (2008), Gyselings et al. (2009); Spanoghe et al. (2010); (Gyselings et al., 2010); Gyselings et al. (2013); Weyn et al. (2013); Daniëls et al. (2013).\ -Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en --kaartlagen van het INBO. -Deze gegevens werden aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ +Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en --kaartlagen van het INBO. Deze gegevens werden aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ De data vóór 2000 zijn afkomstig uit BBV-verslagen 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvoegelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor algemenere soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001.\ De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ -De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ +De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ Voor de deelgebieden Ketenisse en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor Ouden Doel, Doelpolder-noord, Prosperpolder-noord en Prosperpolder-zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)".\ De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024).\ Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert.\ -Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". -INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. -Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineair interpolatie.\ -Gegevens over het aantal gruttoterritoria in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). -Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". -De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB monitoringproject Antwerpen RO.\ -De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016).\ -Nullen werden enkel ingevuld als: +Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineair interpolatie.\ +Gegevens over het aantal gruttoterritoria in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB monitoringproject Antwerpen RO.\ +De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016).  Nullen werden enkel ingevuld als: - er een intensieve monitoring werd uitgevoerd en geen territoria of broedgevallen zijn vastgesteld in een bepaald gebied - er voor een bepaald jaar voor een gebied aantallen in de databank zaten voor andere soorten @@ -116,28 +114,20 @@ In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd n De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te stoppen, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefenings werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx). Het bestand Territoria_totalen-1995_2024.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Daar waar in de datasets aangeleverd tot 2023 in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in ddeze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria gerapporteerd. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald kunnen worden, omdat het aantal terrotoria van minstens één, maar meestal vele gebieden niet achterhaald kon worden.\ - ### Exploratieve data-analyse #### Zeldzame soorten met "volledige" tijdreeksen -Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. -Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor en zomertaling) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ +Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor en zomertaling) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen.\ -Voor kluut en tureluur kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het Rest IHD-gebied na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn omdat deze soorten amper of slechts in (zeer) lage aantallen broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. -Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. -Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage aantallen tot broeden. +Voor kluut en tureluur kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het Rest IHD-gebied na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn omdat deze soorten amper of slechts in (zeer) lage aantallen broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage aantallen tot broeden. #### Algemenere soorten -Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. -Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. -Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. -Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). -In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ +Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): -- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. +- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. - Bergenmeersen: GOG-GGG sinds april 2013 - Wijmeers: deels ontpolderd en deels ingericht als niet-estuarien wetland sinds november 2015 - Paardeweide: oostzijde ingericht als rietatol sinds 2014, de westzijde is een hooilandgebied waar sinds 2022 geëxperimenteerd wordt met vernatting. @@ -158,76 +148,53 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) ### Zeldzame soorten {#zeld-soorten} -Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). -Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. -Hoewel geen gebiedsdekkende kartering mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria voor deze soorten een redelijk accuraat beeld geeft van de reële aantallen. +Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel geen gebiedsdekkende kartering mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria voor deze soorten een redelijk accuraat beeld geeft van de reële aantallen. -Verscheidene doelsoorten komen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). +Verscheidene doelsoorten komen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). Roeromp was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weijmeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder-zuid. -Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 nog drie territoria waren. Een echt stabiele hervestiging van deze soort heeft dus nog niet plaatsgevonden. +Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 nog drie territoria waren. Een echt stabiele hervestiging van deze soort heeft dus nog niet plaatsgevonden. -Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. -Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). -In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. -In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. +Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024 met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek (Lokeren) en Donkmeer (Berlare). -Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. -Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. +Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. Baardman, woudaap en snor vertonen de laatste jaren een stijgende trend in de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren (NOP-zone). -Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. -Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. -Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). -In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks 2 territoria. +Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks 2 territoria. -Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). -Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. -Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. -Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden en lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. -De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de valleien van Dijle en Nete. +Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden en lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de valleien van Dijle en Nete. -Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal die in die jaren telkens vier territoria huisvestte. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). +Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal die in die jaren telkens vier territoria huisvestte. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder-noord waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel (80 territoria) stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder-noord met 38 territroia duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen (29 territoria). Maar ook in de stroomopwaartse populatie is er sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023 toen er resp. 24 en 25 territoria waren. -De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). -In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). -Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021. Door de ontpoldering van Prosperpolder-noord in 2022 dalen de aantallen opnieuw een beetje tot 112 in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder-noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolder-zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. +De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021. Door de ontpoldering van Prosperpolder-noord in 2022 dalen de aantallen opnieuw een beetje tot 112 in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder-noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolder-zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. -De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. -In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. -De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. +De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. -De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. -De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren die in het havengebied op de Linkerscheldeoever worden genomen, werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. -Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder-noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder-zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder-noord, Schor Ouden Doel en Ketenisse. +De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren die in het havengebied op de Linkerscheldeoever worden genomen, werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder-noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder-zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder-noord, Schor Ouden Doel en Ketenisse. Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoentjes zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen, een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen. Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder-noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. - ### Algemenere soorten Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van vijf algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. -De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. -Sinds 2022 broeden in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel rietzangers als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). +De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. Sinds 2022 broeden in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel rietzangers als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). Ook voor de blauwborst komt sinds 2017 meer dan 50% van de IHD voor in deze kleine subset van gebieden. In de volledige dataset zitten voor 2024 404 territoria, bijna 75% van de IHD. Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied met grote waarschijnlijkheid het tot doel gestelde aantal (550 territoria). Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren in de onderzochte gebieden geen toename vertoont. Met 75 territoria in de volledige dataset wordt duidelijk dat de doelstelling voor deze soort (50 territoria) in 2024 duidelijk gehaald is. -Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria.De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. In het natte voorjaar van 2024 stegen de aantallen opnieuw tot 27 territoria, de meeste in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder-noord. -In de meegtelde Sigmagebieden bleef het aantal nagenoeg constant t.o.v. 20223. De som van alle gekende territoria (79) blijft ook in 2024 ruim onder het doel (IHD = 150). +Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria.De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. In het natte voorjaar van 2024 stegen de aantallen opnieuw tot 27 territoria, de meeste in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder-noord. In de meegtelde Sigmagebieden bleef het aantal nagenoeg constant t.o.v. 20223. De som van alle gekende territoria (79) blijft ook in 2024 ruim onder het doel (IHD = 150). -Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. -In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. Maar ook voor deze soort lijken predatiewerende maatregelen gunstig uit te pakken. In Doelpolder-noord stijgt het aantal territoria gestaag van 8 in 2020 tot 26 in 2024. +Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. Maar ook voor deze soort lijken predatiewerende maatregelen gunstig uit te pakken. In Doelpolder-noord stijgt het aantal territoria gestaag van 8 in 2020 tot 26 in 2024.
@@ -249,166 +216,64 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ## Conclusie -Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. -De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een positieve trend. -De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden. -De insectenetende grote karekiet, van de rietvogeltjes het sterkst afhankelijk van waterriet, kwam in 2024 niet voor. Andere soorten van grootschalige moerasgebieden, de visetende kwak en roerdomp waren in 2024 met resp. 2 en 1 territorium net als in de voorgaande jaren in zeer beperkt aantal aanwezig. Purperreiger komt ng steeds niet tot broeden. -De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. +Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een positieve trend.\ +De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden.\ +De insectenetende grote karekiet, van de rietvogeltjes het sterkst afhankelijk van waterriet, kwam in 2024 niet voor. Andere soorten van grootschalige moerasgebieden, de visetende kwak en roerdomp waren in 2024 met resp. 2 en 1 territorium net als in de voorgaande jaren in zeer beperkt aantal aanwezig. Purperreiger komt ng steeds niet tot broeden. De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. ## Referenties -Adriaensen F., Van Damme S., Van den Bergh E., Van Hove D., Brys R., Cox T., Jacobs S., Konings P., Maes J., Maris T. -et al. (2005). -Instandhoudingsdoelstellingen Schelde-estuarium. -Antwerpen: Antwerpen U. -05-R82. -249 p. - -Anoniem (2014). -Jaarverslag 2013. -Beheercommissie Natuur Kruibeke -- Bazel -- Rupelmonde, Gent. - -Anselin A. -(2010). -Enkele resultaten van het project Bijzondere Broedvogels voor 2008 en 2009. -Vogelnieuws : ornithologische nieuwsbrief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 14(Brussel). - -Anselin A., Devos K., Kuijken E. -(1998). -Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996 = colonial and rare breeding birds in flanders (belgium) in 1995 and 1996. - -Claus, P. -(2006). -De broedvogels van de Kalkense meersen. Niet gepubliceerd. - -Daniëls F., Deduytsche B., Dillen A., Maes T., Maris T., Nachtergale L., Nollet S., Spanoghe G., Vanden Abeele L., Van den Bergh E. -et al. (2013). -Jaarverslag 2012 Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. -Gent: Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. - -De Jonghe G., Verschueren W. -(2017). -Blokkersdijk E-131 (Antwerpen Linkeroever). -Tweede monitoringrapport. -Antwerpen: Natuurpunt Waasland vzw Kern Antwerpen Linkeroever. - -Gyselings R., Spanoghe G., Hessel K., Mertens W., Vandevoorde B., Van den Bergh E. -(2009). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zesde jaar : bijlage 9.8 bij het zesde jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. -Brussel. -2009.3. - -Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. -(2004). -Monitoring van het linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het tweede jaar. -Brussel. -2004.19. - -Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. -(2007). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vierde jaar : bijlage 9.10 van het vierde jaarverslag van de Beheercommissie natuurcompensaties Linkerscheldeoevergebied. -Brussel. -2007.2. - -Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy B., Vogels B., Willems W. -(2011). -Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever. -Brussel. -2010.15. - -Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Vogels B., Lefevre A. -(2013). -Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever, resultaten van het monitoringsjaar 2012. -Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. - -Mertens W., Hessel K., Spanoghe G., Van Lierop F. -(in prep.). -T0-rapportage van de monitoring van de 2010-gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan. -Broedvogels. -Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. - -Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Lefevre, A., Willems W. -(2014). -Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever -- Resultaten 2013. -Brussel. -2014.6392398. - -Schepers R. -(2010). -De Grutto (Limosa limosa) in de Kalkense Meersen. -Historiek, broedsucces en toekomstperspectieven. -Gent: Universiteit Gent. -63 p. -Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. -(2003). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het eerste jaar. -Brussel. -2003.15. - -Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. -(2006). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het derde jaar. -Brussel. -2006.1. - -Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. -(2008). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vijfde jaar : bijlage 9.10 bij het vijfde jaarverslag van de Beheercommissie Natuurcompensatie Linkerscheldeoevergebied. -Brussel. -2008.14. - -Spanoghe G., Gyselings R., Vandevoorde B., Van den Bergh E., Hessel K., Mertens W. -(2010). -Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zevende jaar : bijlage 9.8 bij het zevende jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. -Brussel. -2010.8. +Adriaensen F., Van Damme S., Van den Bergh E., Van Hove D., Brys R., Cox T., Jacobs S., Konings P., Maes J., Maris T. et al. (2005). Instandhoudingsdoelstellingen Schelde-estuarium. Antwerpen: Antwerpen U. 05-R82. 249 p. + +Anoniem (2014). Jaarverslag 2013. Beheercommissie Natuur Kruibeke -- Bazel -- Rupelmonde, Gent. + +Anselin A. (2010). Enkele resultaten van het project Bijzondere Broedvogels voor 2008 en 2009. Vogelnieuws : ornithologische nieuwsbrief van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 14(Brussel). + +Anselin A., Devos K., Kuijken E. (1998). Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996 = colonial and rare breeding birds in flanders (belgium) in 1995 and 1996. + +Claus, P. (2006). De broedvogels van de Kalkense meersen. Niet gepubliceerd. + +Daniëls F., Deduytsche B., Dillen A., Maes T., Maris T., Nachtergale L., Nollet S., Spanoghe G., Vanden Abeele L., Van den Bergh E. et al. (2013). Jaarverslag 2012 Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. Gent: Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde. + +De Jonghe G., Verschueren W. (2017). Blokkersdijk E-131 (Antwerpen Linkeroever). Tweede monitoringrapport. Antwerpen: Natuurpunt Waasland vzw Kern Antwerpen Linkeroever. + +Gyselings R., Spanoghe G., Hessel K., Mertens W., Vandevoorde B., Van den Bergh E. (2009). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zesde jaar : bijlage 9.8 bij het zesde jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. Brussel. 2009.3. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. (2004). Monitoring van het linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het tweede jaar. Brussel. 2004.19. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E. (2007). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vierde jaar : bijlage 9.10 van het vierde jaarverslag van de Beheercommissie natuurcompensaties Linkerscheldeoevergebied. Brussel. 2007.2. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy B., Vogels B., Willems W. (2011). Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever. Brussel. 2010.15. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Vogels B., Lefevre A. (2013). Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever, resultaten van het monitoringsjaar 2012. Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. + +Mertens W., Hessel K., Spanoghe G., Van Lierop F. (in prep.). T0-rapportage van de monitoring van de 2010-gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan. Broedvogels. Brussel: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. + +Gyselings R., Spanoghe G., Van den Bergh E., Verbelen D., Benoy L., Lefevre, A., Willems W. (2014). Monitoring natuur havengebied en omgeving Antwerpen Rechteroever -- Resultaten 2013. Brussel. 2014.6392398. + +Schepers R. (2010). De Grutto (Limosa limosa) in de Kalkense Meersen. Historiek, broedsucces en toekomstperspectieven. Gent: Universiteit Gent. 63 p. Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. (2003). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het eerste jaar. Brussel. 2003.15. + +Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. (2006). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het derde jaar. Brussel. 2006.1. + +Spanoghe G., Gyselings R., Van den Bergh E. (2008). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het vijfde jaar : bijlage 9.10 bij het vijfde jaarverslag van de Beheercommissie Natuurcompensatie Linkerscheldeoevergebied. Brussel. 2008.14. + +Spanoghe G., Gyselings R., Vandevoorde B., Van den Bergh E., Hessel K., Mertens W. (2010). Monitoring van het Linkerscheldeoevergebied in uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 februari 2002: resultaten van het zevende jaar : bijlage 9.8 bij het zevende jaarverslag van de Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. Brussel. 2010.8. Van den Bergh E., van Damme S. , Graveland J. , de Jong D.J. , Baten I., Meire P. (2003). Studierapport natuurontwikkelingsmaatregelen ten behoeve van de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium. Werkdocument/RIKZ/OS/2003.825x. Instituut voor Natuurbehoud, Rijksinstituut voor Kust en Zee, Universitaire Instelling Antwerpen-Vakgroep Ecosysteembeheer. [link](chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p17/p1728/1728-08studierapport.pdf) -Van Dijk A.J., Boele A. -(2011). -Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. -Nijmegen, Nederland: SOVON Vogelonderzoek. - -Van Ginhove, W. -(2008). -Broedvogelinventarisatie Potpolder 2006-2007. -(weblink)[] - -Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. -& Hustings F. -2016. -Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. -Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. -(weblink)[] - -Vermeersch G., Anselin A. -(2009). -Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. -Recente status en trends van Bijzondere Broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn. -Brussels, Belgium. -2009(3). - -Vermeersch G., Anselin A., Devos K. -(2006). -Bijzondere broedvogels in Vlaanderen in de periode 1994-2005 : populatietrends en recente status van zeldzame, kolonievormende en exotische broedvogels in Vlaanderen. -Brussels, Belgium. -2006(2). -1-64 p. - -Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J., Van Der Krieken B. -(2004). -Atlas van de Vlaamse broedvogels : 2000-2002. +Van Dijk A.J., Boele A. (2011). Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. Nijmegen, Nederland: SOVON Vogelonderzoek. + +Van Ginhove, W. (2008). Broedvogelinventarisatie Potpolder 2006-2007. (weblink)[] + +Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. (weblink)[] + +Vermeersch G., Anselin A. (2009). Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. Recente status en trends van Bijzondere Broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn. Brussels, Belgium. 2009(3). + +Vermeersch G., Anselin A., Devos K. (2006). Bijzondere broedvogels in Vlaanderen in de periode 1994-2005 : populatietrends en recente status van zeldzame, kolonievormende en exotische broedvogels in Vlaanderen. Brussels, Belgium. 2006(2). 1-64 p. + +Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J., Van Der Krieken B. (2004). Atlas van de Vlaamse broedvogels : 2000-2002. -Vochten T., Lenaerts B. -& Baetens J. -(2024). -Soortbeschermingsprogramma Antwerpse Haven Monitoringsrapport 2023. -Natuurpunt. +Vochten T., Lenaerts B. & Baetens J. (2024). Soortbeschermingsprogramma Antwerpse Haven Monitoringsrapport 2023. Natuurpunt. -Weyn K., Gyselings R., Spanoghe G. -(2013). -Jaarverslag 2012 Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. -Kallo: Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. +Weyn K., Gyselings R., Spanoghe G. (2013). Jaarverslag 2012 Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. Kallo: Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. From 58004faa139d93a9d18627eff074458f2ef2a241 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: OberonGeunens Date: Fri, 29 Aug 2025 16:10:52 +0200 Subject: [PATCH 5/6] Revisie Oberon 29/08/2025 --- .../110_broedvogels.Rmd | 128 +++++++++--------- 1 file changed, 67 insertions(+), 61 deletions(-) diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd index a121fd0..5babdc2 100644 --- a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -1,11 +1,3 @@ ---- -output: html_document -editor_options: - chunk_output_type: inline - markdown: - wrap: sentence ---- - ```{r 110-hoofdstuk, include=FALSE} hoofdstuk <- "110_broedvogels" @@ -67,17 +59,16 @@ Fichenummer: Fiche S-DS-V-006 -- Broedvogels (aangepaste versie 11/04/2013) ## Inleiding -De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen (IHD) zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). +De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen (S-IHD) zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). ## Materiaal en methode ### Studiegebied -Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied is de NOP-zone uit de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003) en omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisse en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder-noord, Prosperpolder-zuid, Doelpolder-noord en Doelpolder-midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het s-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst, 12 koppels bruine kiekendief, 450 koppels kluut, 1-2 koppels roerdomp, 40 koppels lepelaar en 1-2 koppels porseleinhoen. Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen gelden, (zie \@\ref(fig:110-figuur1). De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport.\ -Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlingebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, de Verlegde Schijns, het Oud Schijn, de Grote Kreek en Stadsgracht, de Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied, de aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied behoort tot de zone die is aangewezen in het Natuurontwikkelingsplan (NOP) van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003). Het omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisseschor en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder Noord, Prosperpolder Zuid, Doelpolder Noord en Doelpolder Midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het S-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst (*Luscinia svecica*), 12 koppels bruine kiekendief (*Circus aeruginosus*), 450 koppels kluut (*Recurvirostra avosetta*), 1-2 koppels roerdomp (*Botaurus stellaris*), 40 koppels lepelaar (*Platalea leucorodia*) en 1-2 koppels porseleinhoen (*Porzana porzana*). Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen, (zie \@\ref(fig:110-figuur1) . De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport. Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, Verlegde Schijns, Oud Schijn, Grote Kreek en Stadsgracht, Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied. De aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ ```{r 110-figuur1, fig.cap=caption_figuur1, out.width="95%"} -caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten. De gekleurde gebieden (rood en paars) zijn niet overlappende gebieden van ander Vogelrichtlijngebieden die buiten beschouwing van deze analyse vallen." +caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten. De gekleurde gebieden (rood en paars) zijn niet overlappende gebieden van ander Vogelrichtlijngebieden die buiten beschouwing van deze analyse vallen. OPMERKINGEN: 1. In naamgeving legende '\\_' verwijderen. 2. NOP-zone is aangehaald, maar Nop-zone'plus' niet. 3. Optioneel: LSO en RSO ipv LO en RO. In bijschrift ook aankaarten waar dit voor staat (Linkerscheldeoever en Rechterscheldeoever)." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) ``` @@ -91,20 +82,24 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) ### Dataverzameling -De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); Vermeersch et al. (2004); Vermeersch et al. (2006); Vermeersch & Anselin (2009); Anselin (2010);Spanoghe et al. (2003); Gyselings et al. (2004); Spanoghe et al. (2006); Gyselings et al. (2007); Spanoghe et al. (2008); Van Ginhove et al. (2008), Gyselings et al. (2009); Spanoghe et al. (2010); (Gyselings et al., 2010); Gyselings et al. (2013); Weyn et al. (2013); Daniëls et al. (2013).\ -Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en --kaartlagen van het INBO. Deze gegevens werden aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw.\ -De data vóór 2000 zijn afkomstig uit BBV-verslagen 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ -De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvoegelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor algemenere soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001.\ -De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ -De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ -De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be.\ -Voor de deelgebieden Ketenisse en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor Ouden Doel, Doelpolder-noord, Prosperpolder-noord en Prosperpolder-zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)".\ -De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024).\ -Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ -Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert.\ -Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineair interpolatie.\ -Gegevens over het aantal gruttoterritoria in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB monitoringproject Antwerpen RO.\ -De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016).  Nullen werden enkel ingevuld als: + + +De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); Vermeersch et al. (2004); Vermeersch et al. (2006); Vermeersch & Anselin (2009); Anselin (2010); Spanoghe et al. (2003); Gyselings et al. (2004); Spanoghe et al. (2006); Gyselings et al. (2007); Spanoghe et al. (2008); Van Ginhove et al. (2008), Gyselings et al. (2009); Spanoghe et al. (2010); (Gyselings et al., 2010); Gyselings et al. (2013); Weyn et al. (2013); Daniëls et al. (2013). Daarnaast werd gebruik gemaakt van de Broedvogeldatabank van het INBO () en de Broedvogelatlasdatabank en -kaartlagen van het INBO. Deze gegevens werden aangevuld met gegevens uit Waarnemingen.be, de website voor natuurinformatie van Natuurpunt en Stichting Natuurinformatie, ter beschikking gesteld door Natuurpunt Studie vzw. + + + +\ +De data vóór 2000 zijn afkomstig uit verslagen van Bijzondere Broedvogels (BBV) 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvogelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor meer algemene soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001. De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. + + + +\ +Voor de deelgebieden Ketenisseschor en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor Ouden Doel, Doelpolder Noord, Prosperpolder Noord en Prosperpolder Zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)". De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024). Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert. Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineaire interpolatie. Gegevens over het aantal territoria van grutto (*Limosa limosa*) in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB-project "Monitoring en evaluatie van het Rechterscheldeoevergebied" . + + + +\ +De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnterpreteerd volgens de criteria uit Van Dijk en Boele (2011) en Vergeer et al. (2016). Nultellingen werden enkel ingevuld als: - er een intensieve monitoring werd uitgevoerd en geen territoria of broedgevallen zijn vastgesteld in een bepaald gebied - er voor een bepaald jaar voor een gebied aantallen in de databank zaten voor andere soorten @@ -112,31 +107,36 @@ De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnte In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd niets ingevuld (NA). -De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te stoppen, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefenings werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx). Het bestand Territoria_totalen-1995_2024.csv geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Daar waar in de datasets aangeleverd tot 2023 in geval van een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in ddeze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria gerapporteerd. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald kunnen worden, omdat het aantal terrotoria van minstens één, maar meestal vele gebieden niet achterhaald kon worden.\ +De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te structureren, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefening werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx ). Het bestand 'Territoria_totalen-1995_2024.csv' geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Waar in de tot 2023 aangeleverde datasets bij een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in deze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria weergegeven. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald konden worden, omdat het aantal territoria van minstens één, maar meestal meerdere gebieden niet achterhaald kon worden.\ ### Exploratieve data-analyse #### Zeldzame soorten met "volledige" tijdreeksen -Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman, bruine kiekendief, grote karekiet, lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor en zomertaling) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger, kwak, kwartelkoning, paapje).\ -De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen.\ -Voor kluut en tureluur kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het Rest IHD-gebied na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn omdat deze soorten amper of slechts in (zeer) lage aantallen broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. Elders in het 'Rest_IHD-gebied' komt/kwam de soort niet of slechts in zeer lage aantallen tot broeden. +Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman (*Panurus biarmicus*), bruine kiekendief, grote karekiet (*Acrocephalus arundinaceus*), lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor (*Locustella luscinioides*) en zomertaling (*Spatula querquedula*)) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger (*Ardea purpurea*), kwak (*Nycticorax nycticorax*), kwartelkoning (*Crex crex*), paapje (*Saxicola rubetra*)). + +De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen. + +\ +Voor kluut en tureluur (*Tringa totanus*) kan aangenomen worden dat de gegeven aantallen voor het 'Rest IHD-gebied' na de atlasperiode tamelijk nauwkeurig zijn. Dit komt doordat deze soorten nauwelijks, of slechts in (zeer) lage aantallen, broeden buiten de recent aangelegde en frequent gemonitorde natuurgebieden van het Sigmaplan. Ook de aantallen grutto in het 'Rest IHD-gebied' zijn betrouwbaar omdat telkens de volledige populatie in en rond de Kalkense Meersen en het Noordelijk gebied werd geteld. Elders in het 'Rest-IHD-gebied' komt, of kwam, de soort niet of slechts in zeer lage aantallen tot broeden. #### Algemenere soorten -Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisse worden jaarlijks integraal onderzocht op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisse overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels, de aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan".\ +Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars (*Tachybaptus ruficollis*), rietzanger (*Acrocephalus schoenobaenus*), scholekster (*Haematopus ostralegus*), slobeend (*Spatula clypeata*)), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisseschor worden jaarlijks integraal gemonitord op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisseschor overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels. De aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". + +\ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): -- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008 waarna omzetting tot grasland en/of een verschralingsbeheer wordt opgestart. -- Bergenmeersen: GOG-GGG sinds april 2013 +- Kalkense Meersen: geleidelijke verwerving van gronden sinds 2008, waarna deze worden omgezet tot grasland of onderworpen aan verschralingsbeheer. +- Bergenmeersen: Gecontroleerd Overstromingsgebied - Gecontroleerd Gereduceerd Getijdengebied (GGG - GOG) sinds april 2013 - Wijmeers: deels ontpolderd en deels ingericht als niet-estuarien wetland sinds november 2015 -- Paardeweide: oostzijde ingericht als rietatol sinds 2014, de westzijde is een hooilandgebied waar sinds 2022 geëxperimenteerd wordt met vernatting. -- Weijmeerbroek: verschralingsbeheer sinds 2010, beperkte vernatting sinds 2016, aanzienlijke vernatting sinds 2023. -- Polders van Kruibeke: geleidelijke inrichting sinds 2008, getijdewerking GGG Bazel-noord sinds 2015, GGG-Kruibeke sinds 2017, ontpoldering Fasseit en Kruibeekse kreek sinds 2017 +- Paardeweide: sinds 2014 is de oostzijde ingericht als rietatol (een nat gebied met waterpartijen en riet). De westzijde is een hooilandgebied waar sinds 2022 geëxperimenteerd wordt met vernatting. +- Weijmeerbroek: verschralingsbeheer sinds 2010, beperkte vernatting sinds 2016 en aanzienlijke vernatting sinds 2023. +- Polders van Kruibeke: geleidelijke inrichting sinds 2008, getijdewerking GGG Bazel-Noord sinds 2015, GGG-Kruibeke sinds 2017, ontpoldering Fasseit en Kruibeekse kreek sinds 2017 - Zennegat: inrichting als GOG-GGG afgerond in 2017 ```{r 110-figuur2, fig.cap=caption_figuur2, out.width="95%"} -caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten." +caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten. OPMERKING: 1. fout in legende; vogelspprten. 2 p's ipv o's. 2. NOP-zone is aangehaald, maar Nop-zone'plus' niet. 3. Fouten labels; 3a. '\\_' bij Paardeweide_west. 3b. KM is aangeduid als Keersen. Spatie ertussen en K -> M. 3c. Weymeerbroek ipv Weijmeerbroek" knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) ``` @@ -148,58 +148,58 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) ### Zeldzame soorten {#zeld-soorten} -Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel geen gebiedsdekkende kartering mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria voor deze soorten een redelijk accuraat beeld geeft van de reële aantallen. +Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel een gebiedsdekkende kartering niet mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria een redelijk accuraat beeld geeft van de werkelijke aantallen van deze soorten. -Verscheidene doelsoorten komen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). +Verschillende doelsoorten kwamen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). -Roeromp was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weijmeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder-zuid. +Roerdomp (*Botaurus stellaris*) was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weymeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder Zuid. Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 nog drie territoria waren. Een echt stabiele hervestiging van deze soort heeft dus nog niet plaatsgevonden. -Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 tien nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder-noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een immens foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Hopelijk leidt dit de komende jaren tot hervestiging in de Durmevallei. +Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 10 nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder Noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een groot foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme, wat hopelijk in de komende jaren leidt tot hervestiging in de Durmevallei. -Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024 met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek (Lokeren) en Donkmeer (Berlare). +Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024, met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek (Lokeren) en Donkmeer (Berlare). -Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap en zomertaling voor buiten de haven. Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op linkeroever veruit het belangrijkste broedgebied. +Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie van grutto, snor, woudaap (*Ixobrychus minutus*) en zomertaling voor buiten de haven. Voor de andere soorten (baardman, bruine kiekendief, kluut, tureluur) is het Noordelijk gebied van het Antwerpse havengebied op Linkerscheldeoever veruit het belangrijkste broedgebied. Baardman, woudaap en snor vertonen de laatste jaren een stijgende trend in de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren (NOP-zone). -Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisse, Groot buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks 2 territoria. +Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisseschor, Groot Buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks twee territoria. -Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden en lijkt de tot doel gestelde populatie van 100 broedparen plots toch realistisch. De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebeid met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving en in de valleien van Dijle en Nete. +Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden, waardoor de doelstelling van 100 broedparen in toenemende mate haalbaar zou kunnen zijn. De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebied met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving, en in de valleien van Dijle en Nete. -Ook het aantal woudaapterritoria neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal die in die jaren telkens vier territoria huisvestte. Het Vierselsgebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (2 territoria). +Ook het aantal territoria woudaap neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal, waar in die jaren telkens vier territoria aanwezig waren. Het Viersels gebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-Oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (twee territoria). -De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder-noord waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel (80 territoria) stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder-noord met 38 territroia duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen (29 territoria). Maar ook in de stroomopwaartse populatie is er sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023 toen er resp. 24 en 25 territoria waren. +De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder Noord, waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel van 80 territoria stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder Noord met 38 territoria duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen met 29 territoria. In de stroomopwaartse populatie is er eveneens sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023, met respectievelijk 24 en 25 territoria. -De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). Na het nemen van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stijgen de aantallen opnieuw tot rond de 150 territoria in 2020 en 2021. Door de ontpoldering van Prosperpolder-noord in 2022 dalen de aantallen opnieuw een beetje tot 112 in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder-noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolder-zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. +De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). Na de invoering van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stegen de aantallen in 2020 en 2021 opnieuw tot circa 150 territoria. Door de ontpoldering van Prosperpolder Noord in 2022 daalde de aantallen opnieuw tot 112 territoria in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder Noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolde Zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. -De positieve trend van de zomertaling wordt in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel (20 territoria) jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. In de eerste jaren na inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en ontpolderingen verschijnen zomertalingen. Tengevolge van de vegetatiesuccessie (verruiging) nemen de aantallen nadien terug af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. +De positieve trend van de zomertaling werd in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld. Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel van 20 territoria jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn, wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. Zomertallingen verschenen in de eerste jaren na de inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en na ontpolderingen. Door vegetatiesuccessie (verruigingà namen de aantallen nadien opnieuw af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. -De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna boerde de populatie achteruit tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren die in het havengebied op de Linkerscheldeoever worden genomen, werpen hun vruchten af, het aantal territoria steeg naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder-noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder-zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder-noord, Schor Ouden Doel en Ketenisse. +De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna daalde de populatie tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het havengebied op de Linkerscheldeoever leidden tot een toename in het aantal territoria naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder Noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder Zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder Noord, Schor Ouden Doel en Ketenisseschor. -Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. +Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. -Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoentjes zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen, een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen. Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder-noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. +Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoenen zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen (*Zapornia pusilla*), een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen (*Gallinago gallinago*). Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder Noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. ### Algemenere soorten Figuur \@ref(fig:110-figuur4) toont de evolutie van vijf algemene soorten in frequent getelde ingerichte Sigmagebieden. -De sterk stijgende trend van de Rietzanger lijkt te plafoneren in de onderzochte gebieden. Sinds 2022 broeden in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel rietzangers als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD = 170). +De sterk stijgende trend van rietzanger lijkt in de onderzochte gebieden te stabiliseren. Sinds 2022 broeden in de beperkte set van natuurgebieden meer dan dubbel zoveel rietzangers als het tot doel gestelde aantal voor de hele Scheldevallei (IHD: 170). Ook voor de blauwborst komt sinds 2017 meer dan 50% van de IHD voor in deze kleine subset van gebieden. In de volledige dataset zitten voor 2024 404 territoria, bijna 75% van de IHD. Deze soort haalt in het volledige IHD-gebied met grote waarschijnlijkheid het tot doel gestelde aantal (550 territoria). -Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren in de onderzochte gebieden geen toename vertoont. Met 75 territoria in de volledige dataset wordt duidelijk dat de doelstelling voor deze soort (50 territoria) in 2024 duidelijk gehaald is. +Dit geldt met zekerheid ook voor dodaars, alhoewel die de laatste jaren in de onderzochte gebieden geen toename vertoont. Met 75 territoria in de volledige dataset wordt duidelijk dat de doelstelling voor deze soort (50 territoria) in 2024 gehaald is. -Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria.De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. In het natte voorjaar van 2024 stegen de aantallen opnieuw tot 27 territoria, de meeste in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder-noord. In de meegtelde Sigmagebieden bleef het aantal nagenoeg constant t.o.v. 20223. De som van alle gekende territoria (79) blijft ook in 2024 ruim onder het doel (IHD = 150). +Slobeend kende een sterke toename in de haven in de periode 2010 - 2015 tot 30 territoria. De laatste jaren daalde het aantal territoria er tot een 10-tal. In het natte voorjaar van 2024 stegen de aantallen opnieuw tot 27 territoria, de meeste in de tegen grondpredatoren beschermde Doelpolder Noord. In de meegetelde Sigmagebieden bleef het aantal nagenoeg constant t.o.v. 2023. De som van alle gekende territoria (79) blijft ook in 2024 ruim onder het doel (IHD: 150). -Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. Maar ook voor deze soort lijken predatiewerende maatregelen gunstig uit te pakken. In Doelpolder-noord stijgt het aantal territoria gestaag van 8 in 2020 tot 26 in 2024. +Scholekster broedt tegenwoordig vooral op akkers in het landbouwgebied. In de onderzochte natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan komt maar een klein aantal scholeksters tot broeden. Jaarlijks zijn er tussen 10 en 20 territoria. Maar ook voor deze soort lijken predatiewerende maatregelen gunstig uit te pakken. In Doelpolder Noord stijgt het aantal territoria gestaag van 8 in 2020 tot 26 in 2024.
```{r 110-figuur3, fig.cap=caption_figuur3, out.width="95%"} -caption_figuur3 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen voor een selectie van soorten waarvoor de data-inzameling representatief is binnen IHD-gebied. Loess-smoother weergegeven. Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." +caption_figuur3 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van soorten waarvoor de data-inzameling representatief is binnen het IHD-gebied. De trendlijn is weergegeven met een Loess-regressiecurve. De rode horizontale lijn geeft de doelstelling weer." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig3.jpg")) ``` @@ -207,7 +207,7 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig3.jpg"))
```{r 110-figuur4, fig.cap=caption_figuur4, out.width="95%"} -caption_figuur4 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (Blokkersdijk, Ketenisse, Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). Rode horizontale lijn geeft de tot doel gestelde aantallen." +caption_figuur4 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (Blokkersdijk, Ketenisseschor, Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). De rode horizontale lijn geeft de doelstelling weer. OPMERKING: 1. Underscore Sigma & Noordelijk gebied. '-' beter. 2. Ketenisseschor " knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ``` @@ -216,9 +216,15 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ## Conclusie -Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels blauwborst en rietzanger en de watervogels dodaars en zomertaing in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. De insectenetende rietvogels baardman en snor, en de visetende lepelaar en woudaap vertonen de laatste jaren een positieve trend.\ -De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden.\ -De insectenetende grote karekiet, van de rietvogeltjes het sterkst afhankelijk van waterriet, kwam in 2024 niet voor. Andere soorten van grootschalige moerasgebieden, de visetende kwak en roerdomp waren in 2024 met resp. 2 en 1 territorium net als in de voorgaande jaren in zeer beperkt aantal aanwezig. Purperreiger komt ng steeds niet tot broeden. De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. +Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels (o.a. blauwborst en rietzanger) en de watervogels (o.a. dodaars en zomertaling) in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. De insectenetende rietvogels baardman en snor, evenals de visetende lepelaar en woudaap, vertonen de laatste jaren een positieve trend. + +\ +De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden. + +\ +De insectenetende grote karekiet, van de rietvogels het sterkst afhankelijk van waterriet, werd in 2024 niet vastgesteld. In 2024 waren de visetende kwak en roerdom, soorten van grootschallige moerasgebieden, met respectievelijk 2 en 1 territorium opnieuw slechts in zeer beperkte aantallen aanwezig, net als in de voorgaande jaren. Purperreiger komt nog steeds niet tot broeden. + +De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. ## Referenties From da5edb198f77d9958669718ee7791bee6d905cc7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: WimMertens Date: Mon, 1 Sep 2025 21:39:24 +0200 Subject: [PATCH 6/6] finale versie na revisie Oberon --- .../10_broedvogels_analyse.Rmd | 4 +- .../110_broedvogels.Rmd | 54 ++++++++----------- 2 files changed, 25 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd index 5588808..a12107f 100644 --- a/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd +++ b/moneos_2025/110_broedvogels/10_broedvogels_analyse.Rmd @@ -117,8 +117,8 @@ Terr_Sigma_AB_na2005 %>% scale_y_continuous(limits = c(0, NA))+ scale_x_continuous(breaks = c(2005,2010,2015, 2020)) + labs(y = "Aantal territoria") + - scale_fill_discrete(labels=c("Blokkersdijk", "Ketenisse", "Sigma", - "Sigma_Noordelijk gebied")) + + scale_fill_discrete(labels=c("Blokkersdijk", "Ketenisseschor", "Sigma", + "Sigma-Noordelijk gebied")) + theme( strip.text = element_text(size = 12), axis.title = element_text(size = 11), diff --git a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd index 5babdc2..0932a07 100644 --- a/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd +++ b/moneos_2025/150_geintegreerd_rapport/110_broedvogels.Rmd @@ -59,27 +59,19 @@ Fichenummer: Fiche S-DS-V-006 -- Broedvogels (aangepaste versie 11/04/2013) ## Inleiding -De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen (S-IHD) zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005). +De eerstelijnsrapportage beschrijft de trends van de broedvogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd in Adriaensen *et al.* (2005) (IHD-Z). ## Materiaal en methode ### Studiegebied -Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied behoort tot de zone die is aangewezen in het Natuurontwikkelingsplan (NOP) van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003). Het omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisseschor en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder Noord, Prosperpolder Zuid, Doelpolder Noord en Doelpolder Midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het S-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst (*Luscinia svecica*), 12 koppels bruine kiekendief (*Circus aeruginosus*), 450 koppels kluut (*Recurvirostra avosetta*), 1-2 koppels roerdomp (*Botaurus stellaris*), 40 koppels lepelaar (*Platalea leucorodia*) en 1-2 koppels porseleinhoen (*Porzana porzana*). Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen, (zie \@\ref(fig:110-figuur1) . De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport. Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, Verlegde Schijns, Oud Schijn, Grote Kreek en Stadsgracht, Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied. De aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ +Het studiegebied is het IHD-gebied zoals beschreven in Adriaensen *et al.* (2005). Dit gebied behoort tot de zone die is aangewezen in het Natuurontwikkelingsplan (NOP) van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium (Van den Bergh *et al.* 2003). Het omvat de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren, inclusief de vallei van de Grote Nete tot in Zammel en van de Kleine Nete tot in Grobbendonk en alle buitendijkse gebieden (Adriaensens et al. 2005). Het studiegebied overlapt deels met het Vogelrichtlijngebied BE2301336 - Schorren en polders van de Beneden-Schelde. Overlappende doelstellingen gelden voor de buitendijkse gebieden Schor van Ouden Doel, Groot Buitenschoor, Galgenschoor en Ketenisseschor (voormalige Ketenissepolder) en voor de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan Paardeschor, Prosperpolder Noord, Prosperpolder Zuid, Doelpolder Noord en Doelpolder Midden. Tesamen worden deze Sigmagebieden gevat onder de noemer 'Noordelijk gebied'. Het S-IHD-rapport 41 kwantificeert de overlap voor de doelsoorten: 122 koppels blauwborst (*Luscinia svecica*), 12 koppels bruine kiekendief (*Circus aeruginosus*), 450 koppels kluut (*Recurvirostra avosetta*), 1-2 koppels roerdomp (*Botaurus stellaris*), 40 koppels lepelaar (*Platalea leucorodia*) en 1-2 koppels porseleinhoen (*Porzana porzana*). Voor de overige gebieden van het Vogelrichtlijngebied BE2301336 (inclusief de compensatiegebieden) gelden aparte en niet overlapende instandhoudingsdoelstellingen, (zie \@ref(fig:110-figuur1). De vogels die in deze gebieden broeden nemen we niet op in dit rapport. Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de Rechterscheldeoever van het vogelrichtlijngebied de Kuifeend en Blokkersdijk (BE) en hun omgeving (Kuifeend, Plas Hoge Maey, Verlegde Schijns, Oud Schijn, Grote Kreek en Stadsgracht, Meeuwenbroedplaats en het Opstalvalleigebied). De soorten die hier broeden worden niet meegeteld omdat hiervoor aparte instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld (IHD-Z, Adriaensen et al. 2005). Blokkersdijk valt wel binnen het studiegebied. De aantallen die daar broeden tellen we mee in deze analyse.\ ```{r 110-figuur1, fig.cap=caption_figuur1, out.width="95%"} -caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten. De gekleurde gebieden (rood en paars) zijn niet overlappende gebieden van ander Vogelrichtlijngebieden die buiten beschouwing van deze analyse vallen. OPMERKINGEN: 1. In naamgeving legende '\\_' verwijderen. 2. NOP-zone is aangehaald, maar Nop-zone'plus' niet. 3. Optioneel: LSO en RSO ipv LO en RO. In bijschrift ook aankaarten waar dit voor staat (Linkerscheldeoever en Rechterscheldeoever)." +caption_figuur1 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden die geanalyseerd worden op algemene broedvogelsoorten. De gekleurde gebieden (rood en paars) zijn niet overlappende gebieden van ander Vogelrichtlijngebieden die buiten beschouwing van deze analyse vallen. In de gebieden op de linkerscheldeoever (LSO) gelden de niet overlappende instandhoudinsdoelstellingen van het S-IHD-rapport 41, in de gebieden op de rechterscheldeoever (RSO) gelden de doelstellingen voor de Kuifeend." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig1.png")) ``` - - - - - - - - ### Dataverzameling @@ -89,12 +81,12 @@ De aantallen zijn gecompileerd uit de volgende bronnen: Anselin et al. (1998); V \ -De data vóór 2000 zijn afkomstig uit verslagen van Bijzondere Broedvogels (BBV) 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvogelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de digitale voorbereidende bestanden. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor meer algemene soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001. De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. +De data vóór 2000 zijn afkomstig uit verslagen van Bijzondere Broedvogels (BBV) 1995-1996 en 1994-2005 (Anselin et al. 1998) en (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2000-2002 zijn afkomstig van de Broedvogelatlas (Vermeersch et al. 2004) en de bijbehorende databank. Voor enkele zeldzame soorten zijn in deze periode de aantallen voor elk jaar gekend. Voor meer algemene soorten slaan de aantallen op de hele periode 2000-2002. In de tabel werden ze ingevuld bij 2001. De gegevens van de periode 2003-2005 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 1994-2005 (Vermeersch et al. 2006), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens van de periode 2006-2007 zijn afkomstig uit het BBV-verslag 2006-2007 (Vermeersch and Anselin 2009), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. De gegevens voor de periode 2008-2009 zijn afkomstig uit (Anselin 2010), de Broedvogeldatabank en waarnemingen.be. \ -Voor de deelgebieden Ketenisseschor en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor Ouden Doel, Doelpolder Noord, Prosperpolder Noord en Prosperpolder Zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)". De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024). Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert. Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineaire interpolatie. Gegevens over het aantal territoria van grutto (*Limosa limosa*) in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB-project "Monitoring en evaluatie van het Rechterscheldeoevergebied" . +Voor de deelgebieden Ketenisseschor en het Noordelijk gebied met haar deelgebieden Schor van Ouden Doel, Doelpolder Noord, Prosperpolder Noord en Prosperpolder Zuid zijn de aantallen vanaf 2003 afgeleid uit de monitoringsrapporten van het Linkerscheldeoevergebied (Spanoghe et al., 2003, 2006, 2008, 2010 en Gyselings et al. 2004, 2007, 2009) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Monitoring en evaluatie van het Linkerscheldeoevergebied (LO)". De aantallen voor Blokkersdijk zijn afkomstig van de website van Natuurpunt-Waasland, het tweede monitoringsrapport (De Jonghe & Verschueren, 2017) en data aangeleverd door Willy Verschueren (2018 - 2024). Voor de Polders van Kruibeke zijn de gegevens afkomstig van de jaarverslagen van de Beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonde (Anoniem, 2014) en recentere monitoringsgegevens van het INBO-project "Opvolgen en adviseren beheercommissie Kruibeke-Bazel-Rupelmonder (KBR)" en het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". Gegevens van Molsbroek en de overige gebieden van de vzw Durme zijn afkomstig van de Vogelwerkgroep Durmevallei aangeleverd door Joris Everaert. Gegevens van Kalkense Meersen, Wijmeers, Paardeweide, Bergenmeersen, Weijmeerbroek en Zennegat na 2008 werden verzameld in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". INBO/ANB voert in deze gebieden frequent, maar niet jaarlijks, broedvogelkarteringen uit. Het aantal territoria voor jaren zonder kartering wordt berekend op basis van een lineaire interpolatie. Gegevens over het aantal territoria van grutto (*Limosa limosa*) in de Kalkense Meersen en omgeving in de periode 2001-2009 zijn afkomstig uit Schepers (2010). Recentere data werden aangeleverd door Robbert Schepers en zijn afkomstig van tellingen in het kader van het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan" gecombineerd met tellingen door vrijwilligers en medewerkers van het Regionaal Landschap "Schelde-Durme". De gegevens van het Groot Buitenschoor (2012) zijn ongepubliceerde gegevens verzameld in het kader van een INBO-ANB-project "Monitoring en evaluatie van het Rechterscheldeoevergebied" @@ -107,13 +99,13 @@ De volledige dataset werd aangevuld met waarnemingen uit waarnemingen.be geïnte In andere gevallen, waar geen zekerheid bestaat over aan- of afwezigheid, werd niets ingevuld (NA). -De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te structureren, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefening werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (Data_nieuwe_vorm_2025_v2.xlsx ). Het bestand 'Territoria_totalen-1995_2024.csv' geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Waar in de tot 2023 aangeleverde datasets bij een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in deze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria weergegeven. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald konden worden, omdat het aantal territoria van minstens één, maar meestal meerdere gebieden niet achterhaald kon worden.\ +De voorbije jaren werd een grote inspanning geleverd om de ruwe data in een bruikbaar formaat te structureren, met per gebied en jaar één record met het aantal territoria en een bronverwijzing. Bij deze oefening werd historische data geherevalueerd, aangevuld en verbeterd. Deze ruwe data worden nu voor het eerst meegeleverd (BroedvogelsMONEOS_ruwedata2025.xlsx ). Het bestand 'Territoria_totalen_1995_2024.csv' geeft de totalen voor het IHD-gebied. Deze totalen zijn gebaseerd op de ruwe data. Waar in de tot 2023 aangeleverde datasets bij een vork steeds de hoogste waarden werd gerapporteerd, wordt in deze tabel het gemiddelde van het minimum en maximum aantal territoria weergegeven. De aanwezigheid van NA's in deze tabel betekent dat voor die soort dat jaar geen betrouwbare totalen bepaald konden worden, omdat het aantal territoria van minstens één, maar meestal meerdere gebieden niet achterhaald kon worden.\ ### Exploratieve data-analyse #### Zeldzame soorten met "volledige" tijdreeksen -Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman (*Panurus biarmicus*), bruine kiekendief, grote karekiet (*Acrocephalus arundinaceus*), lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor (*Locustella luscinioides*) en zomertaling (*Spatula querquedula*)) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger (*Ardea purpurea*), kwak (*Nycticorax nycticorax*), kwartelkoning (*Crex crex*), paapje (*Saxicola rubetra*)). +Voor sommige soorten werden redelijk volledige tijdsreeksen verkregen voor alle deelgebieden. Dit zijn voornamelijk de zeldzame, goed te inventariseren soorten van het Bijzondere Broedvogelproject (baardman (*Panurus biarmicus*), bruine kiekendief, grote karekiet (*Acrocephalus arundinaceus*), lepelaar, porseleinhoen, roerdomp, snor (*Locustella luscinioides*) en zomertaling (*Spatula querquedula*)) of soorten die niet of amper broeden in Vlaanderen (purperreiger (*Ardea purpurea*), kwak (*Nycticorax nycticorax*), kwartelkoning (*Crex crex*) en paapje (*Saxicola rubetra*)). De gegeven aantallen kunnen als minima geïnterpreteerd worden maar geven na 2007 waarschijnlijk toch een redelijk accuraat beeld van de reële aantallen. @@ -122,7 +114,7 @@ Voor kluut en tureluur (*Tringa totanus*) kan aangenomen worden dat de gegeven a #### Algemenere soorten -Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars (*Tachybaptus ruficollis*), rietzanger (*Acrocephalus schoenobaenus*), scholekster (*Haematopus ostralegus*), slobeend (*Spatula clypeata*)), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in een enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisseschor worden jaarlijks integraal gemonitord op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisseschor overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels. De aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". +Voor een aantal minder zeldzame soorten die niet opgenomen zijn in het Bijzondere Broedvogelproject (blauwborst, dodaars (*Tachybaptus ruficollis*), rietzanger (*Acrocephalus schoenobaenus*), scholekster (*Haematopus ostralegus*) en slobeend (*Spatula clypeata*)), zijn de tijdreeksen onvolledig. Deze soorten broeden ook in substantiële aantallen in (natuur)gebieden die niet frequent gemonitord worden. Voor deze soorten voeren we een analyse uit op een deeldataset, nl. de aantallen in enkele frequent getelde gebieden. Het Noordelijk gebied in de haven van Antwerpen, Blokkersdijk en Ketenisseschor worden jaarlijks integraal gemonitord op broedvogels. Sinds 2022 is in het Noordelijk gebied en Ketenisseschor overgestapt op een driejaarlijkse monitoring voor zangvogels. De aantallen in de tussenliggende jaren worden geinterpoleerd (imputatie, aangeduid in het opmerkingenveld van de ruwe data). In de Sigmagebieden werd één telling uitgevoerd voorafgaand aan de inrichting (T0). Het eerste jaar na de inrichting wordt in regel ook steeds geteld en vervolgens het derde jaar. Nadien wordt minstens om de drie jaar een telling uitgevoerd. De aantallen vóór de inrichting worden gelijkgesteld aan de T0-telling. De aantallen in de tussenliggende jaren (zonder monitoring) na de inrichting worden per gebied geïnterpoleerd (lineair verband). Indien er geen telgegevens zijn van het laatste rapportagejaar worden deze gelijk gesteld aan deze van het laatste getelde jaar. Gezien de Kalkense Meersen bij aanvang van de monitoring (2011) al deels als natuurgebied werd beheerd en er van enkele soorten al aanzienlijke populaties aanwezig waren, kon geen T0-telling uitgevoerd worden. Voor 2005 zijn er gegevens van een gebiedsdekkende kartering (Peter Claus 2006). Voor de periode 2006 - 2010 zitten er voor de Kalkense Meersen geen gegevens in de dataset. Vanaf 2011 zijn de gegevens gebaseerd op het INBO/ANB-project "Wetenschappelijke opvolging van de natuurontwikkeling in de gebieden van het geactualiseerde Sigmaplan". \ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figuur2)): @@ -136,7 +128,7 @@ Volgende Sigmagebieden nemen we mee in de analyse (zie Figuur \@ref(fig:110-figu - Zennegat: inrichting als GOG-GGG afgerond in 2017 ```{r 110-figuur2, fig.cap=caption_figuur2, out.width="95%"} -caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten. OPMERKING: 1. fout in legende; vogelspprten. 2 p's ipv o's. 2. NOP-zone is aangehaald, maar Nop-zone'plus' niet. 3. Fouten labels; 3a. '\\_' bij Paardeweide_west. 3b. KM is aangeduid als Keersen. Spatie ertussen en K -> M. 3c. Weymeerbroek ipv Weijmeerbroek" +caption_figuur2 <- "Het IHD-gebied met aanduiding van de gebieden voor de analyse van de algemene broedvogelsoorten." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) ``` @@ -148,15 +140,15 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig2.png")) ### Zeldzame soorten {#zeld-soorten} -Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel een gebiedsdekkende kartering niet mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria een redelijk accuraat beeld geeft van de werkelijke aantallen van deze soorten. +Figuur \@ref(fig:110-figuur3) toont de resultaten met uitzondering van de vijf algemenere soorten (blauwborst, dodaars, rietzanger, scholekster, slobeend) en één tot nog toe afwezige soort (puperreiger). Deze figuur toont de trends van de soorten binnen de gebieden met instandhoudingsdoelstellingen in het Schelde-estuarium. Hoewel een gebiedsdekkende kartering niet mogelijk is, wordt aangenomen dat het aantal territoria een redelijk accuraat beeld geeft van de werkelijke aantallen van deze soorten. Verschillende doelsoorten kwamen tot 2024 nog steeds zelden tot broeden in het IHD-gebied Schelde-estuarium (kwartelkoning en paapje) of werden nog nooit vastgesteld als broedvogel (purperreiger). -Roerdomp (*Botaurus stellaris*) was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weymeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder Zuid. +Roerdomp (*Botaurus stellaris*) was in 2022 en 2023 aanwezig in Grote Wal, een Scheldepolder die als tijdelijke inrichting in deze periode onder water kwam te staan met gebiedseigen water. In 2023 werd ook een laat baltsend exemplaar waargenomen in het Weijmeerbroek. In 2024 was er een territorium in Prosperpolder Zuid. Voor het eerst sinds 2020 bleef de grote karekiet afwezig, terwijl er in 2023 nog drie territoria waren. Een echt stabiele hervestiging van deze soort heeft dus nog niet plaatsgevonden. -Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 10 nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder Noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een groot foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme, wat hopelijk in de komende jaren leidt tot hervestiging in de Durmevallei. +Lepelaar broedt sinds 2020 jaarlijks in het IHD-gebied. Na een schuchtere poging tot nestbouw in de Wijmeers (Wichelen) in 2016 en twee nesten in het Broek De Naeyer (Willebroek) in 2020 werden in 2021 10 nesten gevonden in het Meulendijkbroek in de Durmevallei (Waasmunster) en vier in het Noordelijk gebied (Beveren). In 2022 werden zeven nesten geteld in de Durmevallei en één in het Noordelijk gebied. In 2023 daalde het aantal nesten in het Meulendijkbroek naar één, maar ontstond wel een kleine kolonie met acht nesten in het weidevogelgebied van Doelpolder Noord (Noordelijk gebied). De kolonie groeide daar in 2024 verder uit tot 23 nesten. De combinatie van een veilige broedplek (predatiewerend raster) en een zeer groot foerageergebied in de onmiddellijke nabijheid (de slikken in de ontpolderde Prosper- en Hedwigepolders) speelt wellicht een belangrijke rol. In 2024 broedde lepelaar niet meer in de Durmevallei, de tijdelijke inrichting van Meulendijkbroek werd stopgezet vanwege inrichtingswerken. Ondertussen kent het aanpalende Groot Broek een gelijkaardige tijdelijke inrichting als het Meulendijkbroek tussen 2020 en 2023. Het gebied staat ondiep onder water met aanvoer vanuit de Durme. Kwak is sinds 2014 jaarlijks aanwezig in kleine aantallen. Zo ook in 2024, met een territorium en een mogelijk territorium in de traditionele gebieden Molsbroek (Lokeren) en Donkmeer (Berlare). @@ -164,21 +156,21 @@ Van de jaarlijks broedende soorten komt een aanzienlijk deel van de populatie va Baardman, woudaap en snor vertonen de laatste jaren een stijgende trend in de vallei van de Zeeschelde en haar tijgebonden zijrivieren (NOP-zone). -Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisseschor, Groot Buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks twee territoria. +Baardman broedt zelden stroomopwaarts Antwerpen. Het Schor van Ouden Doel is bij uitstek het belangrijkste gebied voor deze soort, met jaarlijks meer dan 30 territoria sinds 2020. Stroomafwaarts Antwerpen broedt de baardman in kleine aantallen ook in andere buitendijkse gebieden (Ketenisseschor, Groot Buitenschoor, Galgenschoor). In 2021 werd voor het eerst een broedgeval vastgesteld in het Zennegat (Mechelen). Sinds 2022 zijn er jaarlijks twee territoria. -Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden, waardoor de doelstelling van 100 broedparen in toenemende mate haalbaar zou kunnen zijn. De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebied met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving, en in de valleien van Dijle en Nete. +Tussen 2003 en 2010 werden jaarlijks 1 tot 4 territoria snor vastgesteld, bijna uitsluitend in het Noordelijk gebied in de Antwerpse haven (Schor van Ouden Doel). Tussen 2010 en 2020 schommelden de aantallen tussen 4 en 10, waarbij de soort ook opdook stroomopwaarts Antwerpen. Sinds 2021 komen er meer dan 10 territoria voor in het IHD-gebied maar opvallend is dat de soort sinds 2021 niet meer broedt in het Noordelijk gebied. Met 30 territoria in 2024 wordt het recordaantal uit 2023 opnieuw overschreden, waardoor de doelstelling van 100 broedparen in toenemende mate haalbaar zou kunnen zijn. De polders van Kruibeke vormen momenteel het belangrijkste broedgebied met 11 territoria in 2024, maar de snor heeft zich duidelijk ook gevestigd in de Durmevallei, in de Kalkense Meersen en omgeving, en in de valleien van Dijle en Nete. -Ook het aantal territoria woudaap neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalde de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal, waar in die jaren telkens vier territoria aanwezig waren. Het Viersels gebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-Oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (twee territoria). +Ook het aantal territoria woudaap neemt de laatste jaren toe. Vóór 2015 werden jaarlijks 0 tot maximaal 3 territoria geteld en tussen 2015 en 2021 2 tot 8 territoria. Met 10 territoria daalden de aantallen in 2024 ten opzichte van 2022 (13 territoria) en 2023 (14 territoria). Dit is in de eerste plaats het gevolg van het beëindigen van de tijdelijke inrichting van Grote Wal, waar in die jaren telkens vier territoria aanwezig waren. Het Viersels gebroekt (1 tot 2 territoria) en het Noordelijke Eiland (Wintam) zijn nieuwe broedgebieden. In Paardeweide-Oost werd voor het tweede opeenvolgende jaar gebroed (twee territoria). De sinds 2013 dalende trend van grutto lijkt om te buigen. Dit is het gevolg van de stijgende aantallen in Doelpolder Noord, waar de soort profiteert van de relatieve veiligheid binnen de predatiewerende rasters. Met 67 territoria lagen de aantallen even hoog als in de piekperiode tussen 2010 en 2015, en wordt het doel van 80 territoria stilaan benaderd. Er trad wel een verschuiving op. In de periode 2010 - 2015 was de populatie rondom Kalken doorgaans groter dan die in Doel. In 2024 is de populatie in Doelpolder Noord met 38 territoria duidelijk groter dan deze in en rond de Kalkense Meersen met 29 territoria. In de stroomopwaartse populatie is er eveneens sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2022 en 2023, met respectievelijk 24 en 25 territoria. De hoogste aantallen kluut werden vastgesteld in de periode tussen 2012 en 2017 (bijna 200 territoria). In 2018 en 2019 kende de soort een stevige dip (resp. 10 en 45 territoria). Na de invoering van uitgebreide beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het Noordelijk gebied (vossenrasters) stegen de aantallen in 2020 en 2021 opnieuw tot circa 150 territoria. Door de ontpoldering van Prosperpolder Noord in 2022 daalde de aantallen opnieuw tot 112 territoria in 2024. De broedeilanden in de ontpoldering werden in 2024 niet als broedplaats gebruikt. Naast de 103 nesten in Doelpolder Noord, broedden er in 2024 ook enkele kluten in Prosperpolde Zuid en aan Fort Filip. Stroomopwaarts Antwerpen waren amper kluten aanwezig: enkele territoria in Grote Wal en een onzeker territorium in Paardeweide. -De positieve trend van de zomertaling werd in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld. Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel van 20 territoria jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn, wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. Zomertallingen verschenen in de eerste jaren na de inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en na ontpolderingen. Door vegetatiesuccessie (verruigingà namen de aantallen nadien opnieuw af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker een positieve factor voor deze soort. +De positieve trend van de zomertaling werd in 2024 bevestigd. Met 28 territoria wordt het hoogste aantal uit de tijdreeks vastgesteld. Sinds 2022 wordt het instandhoudingsdoel van 20 territoria jaarlijks behaald. De aantallen zomertaling gaan sinds 2007 in stijgende lijn, wat te verklaren is door de stapsgewijze inrichting van (estuariene) wetlandgebieden van het Sigmaplan en in de Antwerpse haven. Zomertallingen verschenen in de eerste jaren na de inrichting van overstromingsgebieden met gecontroleerd gereduceerd getij en na ontpolderingen. Door vegetatiesuccessie (verruiging) namen de aantallen nadien opnieuw af. De laatste jaren nemen de aantallen echter ook duidelijk toe in niet-estuariene gebieden. Het overgrote deel van de territoria in 2024 werd vastgesteld in niet-estuariene gebieden, waarvan ook heel wat buiten de natuurinrichtingsgebieden van het Sigmaplan. Het zeer natte voorjaar was zeker ook een positieve factor voor deze soort. -De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna daalde de populatie tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het havengebied op de Linkerscheldeoever leidden tot een toename in het aantal territoria naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder Noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder Zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder Noord, Schor Ouden Doel en Ketenisseschor. +De tureluurpopulatie kende tussen 2005 en 2010-2012 een toename tot ca. 50 territoria, het merendeel in het Noordelijk gebied. Daarna daalde de populatie tot minder dan 30 territoria in de periode 2017 - 2020, als gevolg van een stijgende predatiedruk. De beschermingsmaatregelen tegen grondpredatoren in het havengebied op de Linkerscheldeoever leidden tot een toename in het aantal territoria naar 39 in 2021, 42 in 2022, 53 in 2023 en 50 in 2024. Het overgrote deel van de populatie (\> 90%) broedt in Doelpolder Noord. In 2014 vonden ook enkele broedkoppels de weg naar Prosperpolder Zuid en de estuariene gebieden Prosperpolder Noord, Schor van Ouden Doel en Ketenisseschor. -Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. +Het aantal territoria van bruine kiekendief blijft ook in 2024 met 9 territoria ver onder het tot doel gestelde aantal (50). Ook in 2024 blijft het Galgenschoor met 4 territoria een bastion voor deze soort. Bemoedigend is dat de ruimtelijke spreiding de laatste jaren wat groter wordt. In 2024 waren er territoria in Bergenmeersen (Wichelen), de Scheldebroeken (Berlare) en mogelijk ook in Grote Wal (Hamme) en het Viersel Gebroekt. Het aantal territoria van porseleinhoen is zeer afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar en kent een erratisch verloop. De weersomstandigheden waren in 2024 bijzonder goed voor deze soort. Er werd een record aantal van 20 territoria vastgesteld, de helft van het instandhoudingsdoel. De meeste porseleinhoenen zaten in het langdurig geïnundeerde Viersels Gebroekt. Ze werden er zelfs begeleid door een broedgeval van kleinst waterhoen (*Zapornia pusilla*), een nog zeldzamer neefje van de porseleinhoen en één of twee watersnippen (*Gallinago gallinago*). Maar ook elders trokken de natte valleigronden porseleinhoenen aan. In de Kleine Netevallei werden ook enkele territoria vastgesteld in de Steenbeemden en Varenheuvel-Abroek. Langs de Schelde werd telkens één territorium gevonden in de Gentbrugse Meeren, de Kalkense Meersen, de Wijmeers en in Doelpolder Noord. In de Durmevallei verscheen de soort enkel in het Molsbroek, waar ze jaarlijks broedt. @@ -207,7 +199,7 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig3.jpg"))
```{r 110-figuur4, fig.cap=caption_figuur4, out.width="95%"} -caption_figuur4 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (Blokkersdijk, Ketenisseschor, Sigma (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma\\_LO (Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor Ouden Doel)). De rode horizontale lijn geeft de doelstelling weer. OPMERKING: 1. Underscore Sigma & Noordelijk gebied. '-' beter. 2. Ketenisseschor " +caption_figuur4 <- "Evoluties in de broedvogelaantallen (territoria) voor een selectie van algemenere soorten voor een beperkt aantal gebieden die frequent worden geteld (Blokkersdijk, Ketenisseschor, Sigmagebieden (Kalkense Meersen, Wijmeers, Bergenmeersen, Paardeweide, Weijmeerbroek en Polder van Kruibeke), Sigma-LO (Noordelijke gebied = Doelpolder + Prosperpolder + Paardenschor + Schor van Ouden Doel)). De rode horizontale lijn geeft de doelstelling weer." knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ``` @@ -216,13 +208,13 @@ knitr::include_graphics(paste0(pad_figuren, "110_fig4.jpg")) ## Conclusie -Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. De toename van het aantal insectenetende rietvogels (o.a. blauwborst en rietzanger) en de watervogels (o.a. dodaars en zomertaling) in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan heeft hieraan zeker bijgedragen. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. De insectenetende rietvogels baardman en snor, evenals de visetende lepelaar en woudaap, vertonen de laatste jaren een positieve trend. +Een aantal broedvogelsoorten haalt in de laatste jaren het tot doel gestelde populatieniveau. Hieronder enkele insectenetende rietvogels ( blauwborst en rietzanger) en watervogels (dodaars en zomertaling), waarvan de aantallen sterk zijn toegenomen in de natuurontwikkelingsgebieden van het Sigmaplan. Voor zomertaling zou het doel in 2022 en 2023 niet gehaald zijn zonder de tijdelijke inrichting van Grote en Kleine Wal in Hamme als ondiepe plas en moeras. In 2024 was het leefgebied in Wal verdwenen, maar door het natte voorjaar was het totaal aantal zomertalingterritoria in 2024 zelfs nog hoger dan voorgaande jaren. De insectenetende rietvogels baardman en snor, evenals de visetende lepelaar en woudaap, vertonen de laatste jaren een positieve trend. \ De soorten van schrale graslandcomplexen kwartelkoning en paapje blijven afwezig. Herstel van hun leefgebied vergt bodemverschraling van voormalige landbouwgronden en zal (veel) meer tijd in beslag nemen dan de inrichting van moeras- en getijdengebieden. \ -De insectenetende grote karekiet, van de rietvogels het sterkst afhankelijk van waterriet, werd in 2024 niet vastgesteld. In 2024 waren de visetende kwak en roerdom, soorten van grootschallige moerasgebieden, met respectievelijk 2 en 1 territorium opnieuw slechts in zeer beperkte aantallen aanwezig, net als in de voorgaande jaren. Purperreiger komt nog steeds niet tot broeden. +De insectenetende grote karekiet, van de rietvogels het sterkst afhankelijk van waterriet, werd in 2024 niet vastgesteld. In 2024 waren de visetende kwak en roerdomp, soorten van grootschallige moerasgebieden, met respectievelijk 2 en 1 territorium opnieuw slechts in zeer beperkte aantallen aanwezig, net als in de voorgaande jaren. Purperreiger komt nog steeds niet tot broeden. De weidevogels vertonen over het volledige studiegebied geen duidelijke trend. In het Noordelijk gebied treedt wel populatieherstel op als gevolg van predatiewerende maatregelen. @@ -278,8 +270,8 @@ Vermeersch G., Anselin A., Devos K. (2006). Bijzondere broedvogels in Vlaanderen Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J., Van Der Krieken B. (2004). Atlas van de Vlaamse broedvogels : 2000-2002. - + -Vochten T., Lenaerts B. & Baetens J. (2024). Soortbeschermingsprogramma Antwerpse Haven Monitoringsrapport 2023. Natuurpunt. + Weyn K., Gyselings R., Spanoghe G. (2013). Jaarverslag 2012 Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever. Kallo: Beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever.